Laatst ontmoette ik iemand die opgegroeid was in de Vlaamse stad Aalst. Inmiddels woont hij in ‘de grote stad’, waar hij acteur en drag performer is. Misschien denkt u bij het woord ‘drag’ aan mannen die zich verkleden als vrouwen, maar dan doet u deze kunstvorm schromelijk tekort. Drag speelt met gender, niet alleen met vrouwelijk- of mannelijkheid, maar ook met alles daartussenin.
Drag is geworteld in de queer community, maar heeft inmiddels lang en breed de mainstream bereikt (waarop ik alleen maar kan zeggen: driewerf hoera, indien we er respectvol mee omgaan!). Drag performances omvatten een weids spectrum: er wordt natuurlijk gelipsynct, maar drag kan ook comedy, musical, mode, zang, beeldende kunst, dans, politieke satire, burlesque, of zelfs circus zijn.
De Aalstenaar zei me dat zijn vader eigenlijk de eerste man was die hij ooit in drag zag. Dit dankzij een carnavalsstoet die elk jaar plaatsvindt tijdens het beroemdste carnavalsevenement van België: het Aalsters Carnaval. De gedachte daaraan riep nostalgische gevoelens bij me op. Ik groeide op in een Fries dorpje, waar geen carnaval, maar wel een dorpsfeest werd gevierd, waar ik met volle teugen van genoot. Wij hadden ook een stoet: een parade van versierde wagens trok door de omliggende dorpen. De kinderen het stralend middelpunt: wij zaten op die machtig mooie ‘feestkarren’. Ooit reden op onze feestkar levende goudvissen mee. Na afloop kreeg ik er eentje mee naar huis. Dat voelde groots!
De carnavalsstoet van Aalst bleek echter van een heel ander kaliber. De traditie schrijft voor dat er elk jaar een stoet mannen door de stad trekt, verkleed als vrouwen. Omdat de arbeidersklasse in vroeger tijden geen geld had voor een duur carnavalskostuum, hulden de mannen zich in versleten kleding of attributen van hun vrouwen: korsetten, lampenkappen, kinderwagens, bontjassen of paraplu’s. De optocht wordt de ‘Stoet van de Voil Jeanetten’ genoemd.
Deze benaming riep bij mij ongemakkelijke gevoelens op, want ‘vuil Jeanet’is in Vlaanderen een scheldwoord voor homo’s. En dat was niet het enige. Uiteraard overlapt deze stoet met drag, zo zei mijn gesprekspartner, maar dat wil een groot deel van deze mannen absoluut niet horen. Ze zijn zelfs bang dat het zo gelezen zou worden. Dat maakt de stoet geen omarming van vrouwelijkheid, eerder de spot drijven met. Dit alles kun je niet los zien van homofobie.
Tijdens carnaval staat de wereld op zijn kop, bestaande normen worden vloeibaar. De huisarts hoeft zich niet te verkleden als broccolistronk, maar kan ingaan tegen elk gezondheidsadvies en zich uitdossen als sigaret. Man-vrouwverhoudingen staan op hun kop. Dat klinkt misschien vrijgevochten (en dat kan het ook zeker zijn!), maar zorgt er in sommige gevallen júíst voor dat de heersende maatschappelijke verhoudingen worden onderstreept. Heel eventjes afwijken van de norm, om daarna terug in de plooi van de gewenste wereld te vallen. Een wereld waarin trans-, queer- en homohaat nog altijd aanwezig zijn.
Gelukkig kan ik wel afsluiten met een vrolijk stemmende anekdote van de drag performer zelf. Vandaag de dag is er meer geld voor carnavalskostuums beschikbaar dan vroeger. Zijn vader kocht laatst voor het carnaval zwartleren laarzen, die hem niet bleken te passen. Hij gaf ze daarop cadeau aan zijn zoon. Diens oordeel over de laarzen: ‘Ze zijn spuuglelijk, maar ik draag ze met trots.’ Als ik zijn vader was, zou ik apetrots zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns