De masseur droeg een bril en was nog lang geen 30. ‘Wat kan ik voor je doen?’ vroeg hij op een toon die vroeger zalvend zou zijn genoemd.
Ik had dat al aangegeven op een formulier dat ik had moeten invullen, maar ik was bereid een en ander mondeling toe te lichten. ‘Ik sjouw de hele dag mijn zoon van 3 door de stad, hij wil getild worden, nu heb ik wat last van mijn onderrug.’ Het was erg belangrijk dat de masseur niet zou denken dat ik aan ouderdom aan het bezwijken was.
We waren neergestreken in de Bear Mountain Inn, een uurtje of anderhalf ten noorden van New York. Onze kamer bevond zich naast de massageruimte.
‘De sluwheid van het pure toeval’ noemde Roland Barthes dat en inderdaad, ik liet me in de luren leggen door het toeval, zoals ook de verliefde het toeval niet herkent en overal tekens ziet.
‘Als je last hebt van je onderrug moet je je onderbroek uitdoen’, zei de masseur.
Ik trok meteen mijn onderbroek uit.
‘Nou’, zei de masseur die me nu aan een student sociologie deed denken die in de zomermaanden bijkluste aan de massagetafel, ‘het is eigenlijk de bedoeling dat ik de kamer verlaat, dat je dan je onderbroek uittrekt en onder de deken gaat liggen.’
‘Daarvoor is het nu te laat’, zei ik. ‘Maar ik kan hem weer aantrekken.’
De masseur verdween, ik ging naakt onder de deken liggen en dacht na over liefde en de prijs van de masseur. Na vijf minuten kwam hij terug en nam zwijgend mijn onderrug te grazen.
Het grensoverschrijdende gedrag is als een freudiaanse verspreking. Cliënten was te verstaan gegeven dat een fooi van 40 dollar fatsoenlijk was, maar vanwege het incident met de onderbroek deed ik er 10 dollar bovenop.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns