Omdat ik het cliché belichaam van een kunstenaar zonder duidelijk dag- of nachtritme, stond ik laatst om een uur of 1 ’s middags zingend mijn ontbijt te maken. (Mocht u na het lezen van deze zin de opmerking ‘en dat allemaal van onze belastingcenten!’ op het puntje van uw tong hebben liggen: slik maar in, het cabaret is een niet-gesubsidieerde sector.) Ik was vrolijk en dan mag ik altijd graag meeblèren met een of ander lied.
Waar mijn huisgenoten mij over het algemeen heerlijk mijn gang laten gaan, gaf een van hen me op deze bewuste ‘ochtend’ te kennen dat ik te hard zong. Natuurlijk stopte ik daarop met zingen, maar, grapte ik, do not dull my spark! Mijn stem is niet moeders zachtste en mijn huisgenoot was begrijpelijkerwijs uit op rust in de tent, niet bepaald op het dullen van mijn spark, maar toch was ik lichtjes gekrenkt.
Want ik zing enorm graag, dat mag geen verrassing heten. Op het podium en als ik goed in mijn vel zit ook ernaast; onder de douche, tijdens de afwas, als ik sta te koken. Voor dat eerste heb ik wel wat moeten overwinnen; ik had vroeger last van zangschroom, was bang om te hard, bibberig of ongecontroleerd te klinken. Zingen is ook eng, je staat poedelnaakt; daar waar een brok in je keel geboren wordt, wordt ook de stem geboren.
Ik zing graag in alle stijlen, maar omdat ik nu eenmaal een zwak heb voor hysterische vrouwen, heeft opera een speciaal plekje in mijn hart. Ik kan me niet voorstellen dat iemand van u nog durft te beweren dat klassieke muziek rustgevend is na het horen van mijn favoriete aria van Mozart: Koningin van de Nacht (over hysterische vrouwen gesproken!). Mocht u dat wel denken, dan heb ik nog een appeltje met u te schillen.
Gelukkig heb ik al heel lang geen last meer van eerdergenoemde zangangst. Integendeel, ik verspreid nu zelf de blijde boodschap van zingen! In mijn woonplaats Gent organiseer ik eens per maand een gratis kooravond, waar we van alles zingen: Abba, Purcell, Bulgaarse volksliederen. Ik hoop vooral uit te dragen dat zingen leuk is voor iedereen, dat je jezelf niet moet veroordelen voor de klank die in je zit en dat je waarschijnlijk beter kunt zingen dan je denkt.
Vrouwen zijn over het algemeen banger om te zingen dan mannen, daar heb ik inmiddels bakken anekdotisch bewijs voor verzameld. Ze zingen zachter, zijn minder zelfverzekerd en verontschuldigen zich vaker. Hard hun hoofd schudden als ze te vroeg inzetten, wijzen naar zichzelf bij een valse noot (zodat ik weet wie die godsgruwelijke ‘fout’ begaan heeft!) of me van tevoren meedelen dat ze niet kunnen zingen. Of een variatie daarop: ze kunnen beslist niet hoog, niet laag, niet luider of niet zachter zingen. Vaak wordt dezelfde avond nog het tegendeel bewezen.
Vrouwen zijn maar al te vaak bang om hun mond (letterlijk!) open te trekken, zo blijkt ook hier. Dat neem ik mijn lieve koorleden niet kwalijk, al vind ik het soms wel jammer. Iedereen verdient een leven vrij van zangangst! Dus ik zou zeggen: rug recht, kin omhoog en zingt allen mee met Valentina T. Of met wie dan ook.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns