Ik blijk van tienkampen te houden. Maar ook van discuswerpen. Dat is het gevaar van de Olympische Spelen, je zet de televisie aan, en een kwartier later wordt je avond gegijzeld door een stel slungels die je nog nooit eerder gezien hebt: hink-stap-springers. Blijk ik ook dol op te zijn.
Dit is geen sportcolumn, al moet ik dat zelf weten. Eens proberen na hoeveel weken ik op straat sta, als ik restaurants ga testen.
‘Met bonnen indienen?’ Mijn vriendin Jet, altijd nieuwsgierig.
‘Uiteraard.’
Veel genoegen beleef ik aan het commentaar, bijvoorbeeld bij het verspringen, er staat er eentje klaar, en de commentator zegt ‘dat hij de lat hoog heeft liggen’. Heerlijk, een hoogspringmetafoor bij het verspringen. Bij het discuswerpen hoorde ik ook een aardige. Een van mijn nieuwe heldinnen, de Chinese Feng Bin...
‘Bin Feng.’ ‘Feng Bin.’ ‘Bin Feng, heel zeker.’ (Dispuut helemaal uitschrijven, klaar, tv aan.) Maar goed, Bin dus, smeet d’r ijzeren bord heel ver, de vlucht van een discus, iets mooiers bestaat er niet, en toen zei de commentator dat ‘de bal nu bij de anderen lag’.
‘Maar jij houdt toch vooral van spreekwoorden die per ongeluk, voor een keertje, zowel letterlijk als figuurlijk kloppen?’
‘Je bedoelt wanneer we onverwachts bezoek krijgen van iemand die ik irritant vind, een afgegleden kennis van vroeger of zo, en me dan snel in de wasmand verstop, en jij dan zegt dat ik er helaas niet ben, en dan tijdens de rondleiding die je hem toch maar geeft de wasmand midden in de badkamer ziet staan, en hem daarom probeert terug te zetten terwijl die halvegare toekijkt en mij er doorheen ziet vallen?’
‘Ja?’
‘Klopt. Maar nu ik ouder word, ga ik steeds meer houden van sportmetaforen die worden ingezet bij de verkeerde sporten.’
Zo rispen er deze Olympische Spelen geregeld semantische uitdagingen op. Hoe zit het met Worthy de Jong bijvoorbeeld, de 3x3-basketballer. Zijn voornaam, komt die van James Worthy, de Amerikaanse basketballer? Of van James Worthy, de Nederlandse schrijver? Heb ik niemand horen toelichten. Of heet-ie gewoon toevallig zo? Of heeft Frenkie er iets mee te maken? En wat vindt Worthy ervan dat er een Nederlandse schrijver bestaat die James Worthy heet? Naar James Worthy?
Dat soort dingen, steeds. Vanochtend, een artikel van collega Dan Afrifa over zijn broer, die meeloopt op 4x100 meter. Elvis heet zijn broer. ‘Een mooie naam’, fluisterde ik. ‘maar geen gewone.’ Nergens stond waarom hij zo heette, wat soelaas had kunnen bieden. Eerder schreef ik dat ik onmogelijk naar films kan kijken waarin acteurs Elvis naspelen (bedoeld wordt Elvis Presley), dat krijgen mijn hersenen niet verwerkt, de gyrus fusiformis begint ervan te roken en maakt dat ik die acteurs, vaak heel toonbare mannen, ervaar als monsters.
Nu blijk ik ook aan het tegenovergestelde te lijden, dat je niet op een ontspannen manier over andere Elvissen kunt lezen. Ik loop in die gevallen vast op zinnen als: ‘Maar Elvis droomde van Parijs, niet van Lowlands of een loopbaan in de datawetenschappen.’
Het eerste stukje van de zin voert me van Papendal, waar we ons bevonden, naar Bad Nauheim, toen Elvis daar gelegerd was, en een tripje naar Parijs overwoog, Brigitte Bardot zoeken, en dat hij ten slotte, in juni 1959, ook maakte. Maar na de komma begint het te wringen. Ol’ Sideburns droomde inderdaad niet van Lowlands, correct, maar toch is het een freaky opmerking. En wat te denken van The King die op enig moment datawetenschapper wilde worden? Of zelfs moest worden? Van wie?
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns