Verplichte disclaimer bij alles wat ik u voortaan nog probeer wijs te maken over de stad Parijs: mogelijk is daarvoor betaald. Niet rechtstreeks en op bestelling, nee, het proces van omkoping verloopt doorgaans subtieler dan dat. Via het Paris Media Center, welteverstaan.
Voor journalisten die de Olympische Spelen komen verslaan, bestaat er een centraal perscentrum conform de ongeschreven normen: een grote ruimte vol witte schotten onder een systeemplafond, strategisch gelegen tussen een McDonald’s en de ringweg rond Parijs.
Maar voor de liefhebber is er dus Paris Media Center. Een tijdelijk onderkomen in een voormalige markthal in de Marais, opgetrokken uit staal en glas in 1863, in het hart van de stad. De liefhebber van wat eigenlijk? Van alles wat gratis en lekker is, zou ik het bondig samenvatten, en van croissants in het bijzonder.
Zo stak ik er maandagmiddag - uitsluitend om professionele redenen - mijn hoofd in het gat van een massagestoel, terwijl de dienstdoende masseur mijn ietwat gespannen schouders onder handen nam. Ondertussen dacht ik aan wat ik na afloop eens zou versnaperen: nog iets van bladerdeeg of liever een geglazuurde madeleine?
De Olympische Spelen moeten Parijs laten schitteren in de ogen van de wereld. En alle toegestroomde internationale journalisten zijn natuurlijk uitstekend voor het bereik. Laten we die maar eens flink in de watten leggen, moet een slimmerik op het gemeentehuis hebben gedacht. Maakt het ons iets uit dat de olympische organisatie al een perscentrum heeft - we bouwen er gewoon een eigen perspaleis bij!
De stad laat zich van zijn mooiste kant zien deze dagen, en doet dat niet alleen aan journalisten. Fransen verbazen zich er zelf ook over: politieagenten moedigen voetballende jongeren aan, in de metro worden flesjes water uitgedeeld. ‘En het was niet eens warm!’, zei een Franse kennis verbijsterd. ‘Wat we nu zien heeft niets te maken met het echte Frankrijk.’
Op serieuzere toon resoneert dat geluid in het rapport dat honderd hulporganisaties vlak voor aanvang van de Spelen naar buiten brachten. Normaliter is Parijs óók een stad waarin de lelijkheid van het leven in volle glorie tot je komt. Maar in de aanloop naar de Spelen zijn dakloze inwoners, drugsverslaafden en immigranten op grote schaal naar elders geëvacueerd, buiten zicht. De organisaties spreken van een ‘sociale schoonmaak’. Met dat gegeven in het achterhoofd voelt het 24 uur per dag geopende Paris Media Center, uitgerust met geluiddichte rustruimtes, toch een beetje wrang.
Dat perspaleis, met gratis yogales, kaasproeverijen, cocktailavonden, een workshop geurkaarsen maken en rondleidingen met gids, is overigens een goed bewaard geheim. Van de driehonderd beschikbare werkplekken zag ik er nooit meer dan enkele tientallen tegelijk bezet, en aan de onbeperkte stapel croissants komt nooit een einde. Wel moest ik voor de gratis massage even in de wachtruimte plaatsnemen.
Daar toonde Parijs zich toch weer van zijn ware kant. Van achter het kamerscherm ving ik een tevergeefse poging tot gesprek op tussen een Amerikaanse journalist en de Franse masseuse, ieder in eigen taal. Ietwat gepikeerd over de taalbarrière waarschuwde die eerste met hoge stem: ‘I don’t like my head to be touched!’ Voor het eerst antwoordde de Française, die uitermate kalm bleef, haar in het Engels: ‘I don’t understand, but it’s ok.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns