Home

Zonnepanelen op daken in Waddinxveen

De woningbouw komt steeds meer in de knel door het overvolle stroomnet. Kunnen we dat probleem oplossen door wijken te bouwen die helemaal onafhankelijk zijn van het elektriciteitsnet? Netbeheerder Liander onderzoekt dat samen met gemeenten, architecten en woningbouwers.

Veel nieuwbouwwoningen zijn al 'nul op de meter': ze wekken met zonnepanelen net zo veel stroom op als ze verbruiken. Maar die zonne-energie is er vooral in de zomer, terwijl in de winter nog stroom uit het elektriciteitsnet nodig is. Daardoor kan het stroomnet zelfs voor zulke zuinige woningen te vol zijn.

Liander denkt met de 'BalansWijk' een oplossing te hebben. Deze wijk moet écht zelfvoorzienend worden: op elk moment komt alle benodigde energie uit de wijk zelf. Een koppeling aan het stroomnet is in principe dus niet nodig. De wijk haalt stroom uit eigen zonnepanelen en een windmolen, en slaat die energie op voor gebruik op een later moment, zelfs in een heel ander seizoen.

Past dat allemaal in een wijk die ook nog een beetje leefbaar is? Dat onderzoekt Liander nog, samen met ruim 125 bedrijven, woningcorporaties en overheden. Het eerste resultaat was niet veelbelovend, vertelt Maartje Brans, directeur innovatie bij Liander.

Ze gaf een team de opdracht om de gemengde wijk met 2.500 woningen en alle benodigde voorzieningen te tekenen. In de eerste schets kwamen de woningen naast een gigantisch veld vol zonnepanelen en zeecontainers met batterijen te staan. "Dat gaat hem dus niet worden", zegt Brans.

Een tweede versie van het concept is al verfijnder: de meeste zonnepanelen liggen op daken en gevels of op het water. Er zijn nog steeds batterijcontainers, maar op een afstandje van de woningen, en grotendeels uit het zicht door de toevoeging van veel bomen. De windmolen staat in een weiland, op een paar honderd meter afstand van de huizen.

"Het gaat nadrukkelijk om een schets", zegt Brans. "Het concept is nog lang niet af, laat staan dat er een paal in de grond gaat." Zo moet er nog worden gewerkt aan de technische details van de energieopslag, vooral over de seizoenen heen. Zonne-energie voor langere tijd opslaan werkt het best in warmte in plaats van in batterijen, maar er moet nog worden uitgewerkt hoe dat op de schaal van zo'n grote wijk kan.

Toch maakt Brans zich daar weinig zorgen over. "Technisch kan dit", zegt ze. "Maar het gaat ook over hoe we dit gaan betalen en het juridische aspect. Daar moeten we naar een nieuw systeem, vermoed ik."

Wie nu een woonwijk bouwt, houdt zich vooral bezig met de gebouwen. "Energie is geen thema", zegt Brans. "We gaan er gewoon van uit dat er een aansluiting op het elektriciteitsnet is."

Dat zou in de BalansWijk dus allemaal anders zijn. Maar dan rijst de vraag: wie legt de windmolen aan, en de benodigde batterijen? En als die infrastructuur er eenmaal ligt, wie gaat het dan beheren om te zorgen dat er inderdaad altijd voldoende stroom is?

Daar komt ook een nieuwe rol bij kijken voor de bewoners. "Als inwoner van deze wijk moet je beseffen dat je bij te dragen hebt aan het in stand houden van het systeem", zegt Brans. "Allemaal om zes uur 's avonds tegelijk de auto aan de laadpaal hangen kan niet. De stroomvraag moet worden uitgesmeerd over de dag. Hoe regel je dat met elkaar?"

Hetzelfde geldt voor het energieverbruik in erg koude winters. Dan hebben de warmtepompen veel van de schaarse stroom nodig. "Je huis is dan warm, maar de jacuzzi kan niet meer aan", zegt Brans.

Maar hoe voorkom je dat mensen tijdens zo'n koudegolf toch energie blijven slurpen? En zien mensen het wel zitten om in zo'n wijk te wonen, terwijl het nu nog heel normaal is dat je altijd zo veel energie kan gebruiken als je wil?

Het zijn allemaal vragen die verder worden besproken en uitgewerkt binnen het BalansWijk-consortium. Ook binnen die groep is niet iedereen ervan overtuigd dat het een goed idee is om een wijk te bouwen die het energieverbruik van de bewoners zo beperkt.

"Je moet mensen niet aantasten in hun autonomie", zegt Wietse de Vries van Bouwgroep Dijkstra Draisma, een van de bedrijven die meedenken over de BalansWijk. "Je kan er beter voor zorgen dat warmtepompen automatisch terugschakelen op gunstige momenten, of mensen financieel prikkelen om op een andere manier stroom te gebruiken."

In Leeuwarden bouwde zijn bedrijf al een 'Buurblok': een rijtje van tien woningen die samen elektriciteit en warmte delen. Voor de deur staan twee elektrische auto's die ook door de straat worden gedeeld.

Door samen een grote warmtepomp en een batterij te delen heeft het Buurblok al een minder grote impact op het stroomnet, zegt De Vries. Maar ook dit project liep tegen juridische grenzen aan. Eigenlijk was het de bedoeling om de tien woningen één gezamenlijke aansluiting op het stroomnet te geven, maar dat mag onder de huidige wetgeving niet. Daarom kregen alle tien huizen toch een eigen kabel en elektriciteitsmeter van Liander.

De Vries denkt dat de discussies over de BalansWijk goede ideeën kunnen opleveren voor slim elektriciteitsgebruik binnen een wijk. Maar hij gelooft niet in een wijk die helemaal losstaat van het net. "Je moet altijd aangesloten blijven op het elektriciteitsnet, je moet er alleen slim mee omgaan", zegt hij.

Het is volgens De Vries zinniger om in te zetten op automatische aansturing van warmtepompen en laadpalen. Zo kun je pieken in het stroomverbruik ongemerkt voorkomen.

Ook Brans denkt dat het al waardevol is om slechts een deel van het BalansWijk-concept toe te passen bij nieuwbouwwijken. Het zou ervoor kunnen zorgen dat netbeheerders minder vaak 'nee' hoeven te zeggen tegen nieuwe bouwprojecten. "Ik wil vooral niet dat wij de woningopgave in Nederland vertragen", zegt Brans.

Toch hoopt ze dat er over een paar jaar gebouwd gaat worden aan een échte BalansWijk, die volledig energie-onafhankelijk is. "Ik wil aantonen dat het kan. Eigenlijk ben ik pas tevreden als het geïmplementeerd en opgeschaald is. Dan zijn we succesvol."

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next