Een woord om deze vakantie eens over na te denken: manlief. Je vindt het veelvuldig op internetfora, en bijna altijd wordt het opgeschreven door een vrouw. Die vrouw heeft bijvoorbeeld de hele strandvakantie geregeld, inclusief surflessen, maar ter plekke blijkt manlief zijn zwembroek vergeten te zijn. Manlief kan niet plannen en is onhandig, maar er klinkt in het gebruik van ‘manlief’ ook iets door van: hij kan er niets aan doen en dat hoeft ook niet, want ik als vrouw ben nu eenmaal de gezinsmanager.
‘Vrouwlief’ komt ook voor op internet, maar veel en veel minder. Trek hier je conclusies over de emancipatie in Nederlandse gezinnen.
Dan nu nog twee andere woorden: ‘zoonlief’ en ‘dochterlief’. Het eerste is alomtegenwoordig (‘ik koop een mooie trui maar zoonlief wil alleen z’n voetbalshirt aan’.) Dochterlief komt maar heel zelden voor. Blijkbaar vinden mensen dat zonen zullen opgroeien tot manlief-types en dus niets hoeven te kunnen. Dochters worden getraind om gezinsmanager te worden.
Source: Volkskrant columns