Zonder beergerelateerde verwondingen overleefde ik het Roemeense gebergte, dat is het goede nieuws. Althans, goed voor mij. Voor het overschot aan geprivilegieerde grachtengordelcolumnisten waar deze krant onder schijnt te lijden was het wellicht een uitkomst geweest als er eentje werd opgepeuzeld.
Intussen zorgde de vraag hoe dicht wij bij de gruweldood waren voor een schisma binnen de relatie. Ik vond: dicht. Mijn vrouw wierp tegen dat ik zelfs in een winkelcentrum in Etten-Leur nog beren op de weg zie. Mijn smeekbede om toch vooral geen deodorant op te smeren, want dat ruikt de beer, werd lachend genegeerd. Waar ik onderweg vers afgekloven vogelkarkassen zag, zag zij ‘leuke veertjes’. Hoorde ik in de verte hongerig gebrul, dan jubelde ze: ‘Een ezel!’
Zo wisten wij van het concrete berengevaar een mentale strijd te maken. Wie gelijk heeft, blijft onduidelijk. Er staan nog meer bergen op onze vakantie-agenda, met meer beren. Over een maand praat ik u bij. Of niet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns