Wie op een zomeravond naast brood (B&B vol liefde) en spelen (te Parijs) hunkert naar gravitas, kan wekelijks terecht bij VPRO’s documentairereeks The Corridors of Power. In het programma vertellen politieke kopstukken over de grote militaire en humanitaire crises die zij, soms met enig succes, vaker onmachtig, het hoofd moesten bieden. De aflevering van woensdag behandelde de genocide in Soedanese provincie Darfur. En de onmacht van de Verenigde Staten bij de massamoord, die, aangevuurd door president Omar al-Bashir, plaatsvond op 200 duizend zwarte moslims.
Over de auteur
Arno Haijtema is redacteur van de Volkskrant en tv-recensent.
Wat ook deze aflevering pijnlijk duidelijk maakte, is hoe politieke overtuiging het aflegde tegen opportunisme, hoe gerechtigheid ondergeschikt raakte aan pragmatisme en het conflict sussen vaker als maximaal haalbaar werd beschouwd, in plaats van het voor eens en altijd op te lossen. Darfur verloor hierbij op alle fronten. Met een hoofdrol voor de onmacht van de VS, die geen korte metten konden maken met de Janjaweed, de moordenaars te paard die dorpen platbrandden, de mannen vermoordden, de vrouwen verkrachtten. Ze kregen volop luchtsteun van Bashirs granaten vurende helikopters.
Het drama, niet op het hoofdpodium maar in de coulissen van het wereldtoneel, ontrolde zich vanaf 2003. Toen brak er een burgeroorlog uit tussen Bashirs (Arabisch) islamitische noorden en het olierijke christelijke zuiden. Nadat die oorlog was uitgewoed, richtte Bashirs terreur zich tegen de zwarte moslims in Darfur. Eindeloos duurde het tot de etnische zuivering aldaar doordrong tot de politieke top van de VS. Het land voerde, na de aanslagen van 11 september 2001, zijn war on terror in Irak en Afghanistan. Een derde oorlog, in nóg een islamitisch land, werd als onwenselijk en militair onmogelijk beschouwd.
Wat opvalt in de docu, is dat het geen puur politiek cynisme was dat de Amerikanen vleugellam maakte. Minister Condoleezza Rice deed wat ze kon voor de vrouwen van Darfur, die stelselmatig werden verkracht als ze water of brandhout buiten hun dorp haalden. Zichtbaar geschokt hoorde zij hun verhalen aan. Minister Colin Powell sprak in de Verenigde Naties onomwonden van genocide, hoewel zijn adviseurs hem ontraadden zo stellig te zijn: dat kon maar tot verplicht ingrijpen door de VS leiden.
Als senator trok Barack Obama op met activisten als George Clooney om krachtig ingrijpen van de VS in Soedan af te dwingen. Maar als president vroeg hij zich vooral af of eventueel falend ingrijpen zijn geloofwaardigheid niet te veel zou aantasten.
Bashir werd veroordeeld als oorlogsmisdadiger, maar bleef nog lang aan de macht. De VS beteugelden zijn agressie in Darfur door verlichting van sancties te beloven. Op een politieke top in Egypte poseerde Bashir voor een groepsportret vlak voor Obama’s minister John Kerry: zo ziet de lieve vrede eruit. The Corridors of Power legt het in alle treurigheid haarfijn bloot.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns