De uitstoot van schadelijke stoffen door stroomproductie is in de EU in twee jaar tijd met bijna een derde gedaald, blijkt uit onderzoek van de energiedenktank Ember. De zon en de wind hebben voor het eerst meer stroom opgewekt dan fossiele bronnen.
Dit komt doordat er in veel Europese landen steeds meer zonnepanelen en windmolens worden geplaatst. Tegelijkertijd loopt de productie met behulp van gas en vooral steenkool hard terug.
Zon en wind produceerden in de eerste zes maanden van dit jaar 13 procent meer elektriciteit dan in de eerste helft van vorig jaar. Vooral windmolens produceerden meer, zo'n 20 procent.
Stroomproductie met steenkolen daalde juist met 24 procent, terwijl aardgas met 14 procent terugliep. Vooral de grote EU-landen - Duitsland, Italië, Spanje en Frankrijk - gebruikten minder fossiele bronnen.
Windmolens en zonnepanelen zijn inmiddels goed voor 30 procent van de totale stroomproductie in de Europese Unie. Dat is meer dan de 27 procent die kolen en gas voor hun rekening nemen.
Andere belangrijke energiebronnen in Europa zijn waterkrachtcentrales en nucleaire energie, waarvan de productie in beide gevallen groeide. Zon, wind, water en kerncentrales zijn samen goed voor bijna drie kwart van de totale stroomproductie in de EU.
Door de fikse afname van fossiele energiebronnen stoot de Europese stroomsector maar liefst 31 procent minder schadelijke stoffen uit dan in de eerste helft van 2022. In de eerste zes maanden is in totaal 271 megaton uitgestoten. Dan gaat het niet alleen om CO2, maar ook om andere stoffen, zoals methaan.
"Een ongekende afname in zo'n kleine periode", zeggen de onderzoekers. Wel wijzen ze erop dat beleid hard nodig blijft om de vaart in de energietransitie te houden.
Source: Nu.nl economisch