Niets in de Formule 1 is belangrijker dan de status van fabrieksteam; het verbonden zijn aan een autofabrikant die ook nog eens de torenhoge kosten van het bouwen van een motor ophoest. Dat kwijtraken pakt vaak slecht uit voor teams, maar Renault doet het vrijwillig met Alpine.
Het is een ironische aanblik in de paddock van Spa-Francorchamps: Daar debuteert dit weekend een prachtig nieuw motorhome van Alpine. Het onderkomen voor teamleden en gasten van de Brits-Franse renstal was steevast het lelijkste jongetje van de klas, een oude en ouderwetse tent tussen de prachtige gebouwen die de andere topteams naar alle Europese races meenemen.
Een uit glas en staal opgetrokken gebouw van drie verdiepingen past binnen de huidige Formule 1-standaarden, maar eigenlijk niet bij Alpine. Die oude symboliseerde veel meer de renstal zelf: wel een topteam willen zijn, maar het mag niet te veel kosten.
Het stond voor de koers die Renault vaart met het team, sinds het halverwege het vorige decennium weer in handen kwam van de Franse autobouwer. Het verhaal dat de oude teambaas Cyril Abiteboul afstak was steevast onrealistisch: "We willen wedijveren met Mercedes, Ferrari en Red Bull, maar dan wel met een kleiner budget. We denken dat het kan."
Abiteboul herhaalde daar natuurlijk de bedrijfsleiding van Renault, die blijkbaar vond dat het kon. Maar gek genoeg kwam er nooit iets van terecht.
Een spaarzame podiumplaats, daar bleef het bij. Toegegeven, Esteban Ocon won in 2021 wel in Hongarije, in de kleuren van Renaults sportwagenlabel Alpine. Maar dat was wel nadat Valtteri Bottas bij de start de auto's voor hem aanzag voor bowlingkegels en Mercedes ook nog de strategie van Lewis Hamilton verprustste.
Alpine maakte de status van fabrieksteam nooit waar, zoals het in de jaren dat de renstal nog Renault werd genoemd ook niet lukte. De motor was een zorgenkind, daar weet Max Verstappen alles van. Die reed in zijn eerste vier seizoen met een Renault-krachtbron, won daarmee, maar stond er ook vaak rokend mee naast de baan.
De hybride technologie die de Formule 1 vanaf 2014 gebruikt ging de fabriek in Viry-Châtillon een beetje boven de pet. "Het is de motor die sindsdien het meeste verbeterd is", zei teambaas Bruno Famin vrijdag trots. Het zegt vooral hoeveel terrein er moest worden goedgemaakt. En nog altijd is het de zwakste krachtbron van het veld.
Mercedes had de moderne technologie direct in de vingers, Ferrari volgde snel en uiteindelijk bouwde ook Honda na een lastige start al snel betere motoren Renault. Geen wonder dat Red Bull in 2019 al Japanse eieren voor het geld koos. Een besluit dat Verstappen drie wereldtitels verder nog altijd toejuicht.
De vraag is of de motorenfabriek in Frankrijk hetzelfde in de wedstrijd zit als het team zelf in het Engelse Enstone: Met één hand op de rug gebonden. Formule 1 is een peperdure sport, en succes kost simpelweg bakken met geld. Miljoenen zijn nodig om het juiste personeel, de juiste coureurs en vooral de beste faciliteiten te krijgen. Geef je dat niet uit, dat komt er geen succes. Renault wilde nooit dát spenderen wat de andere teams wel deed, en dus bleef het team rondhangen in de middenmoot.
Vooral het team in Enstone zit eigenlijk al twintig jaar in een roerige tijd. Sinds de successen met Fernando Alonso wisselde het meerdere keren van eigenaren, is er steevast geldgebrek, blijven successen uit en moet er maar worden opgebokst tegen concurrenten die het simpelweg beter voor elkaar hebben. Renault laat het team maar aanmodderen. Dat is gezien de omvang en middelen van de autofabrikant onbegrijpelijk.
Formule 1 is al een paar jaar booming en Alpine had met beter beleid en betere investeringen een grotere rol kunnen spelen in dat circus. Het is niet dat Renault dat geld niet heeft. Ze willen het er alleen niet aan uitgeven.
Nu zwaait de 74-jarige Flavio Briatore opeens weer scepter: De man die zijn team toestond om de Grand Prix van Singapore in 2008 met vals spel te beïnvloeden, de zwartste bladzijde uit de geschiedenis van de renstal, is door landgenoot en Renault-baas Luca de Meo aangesteld om orde op zaken te stellen.
Dat doet Briatore met de botte bijl. Al weken gingen de geruchten rond dat Renault vanaf 2026 stopt met het bouwen van Formule 1-motoren.
Vrijdag bevestigde Famin dat, al hield hij nog een slag om de arm, "De franse arbeidswetten zijn streng, we moeten dit ook sociaal goed regelen", wees hij op een ontslaggolf die in Viry-Châtillon ongetwijfeld gaat volgen. Als Renaults sportieve label Alpine in 2026 nog de naamgever is van het team, dan huist er achterin waarschijnlijk een Mercedes-motor.
En dat terwijl er in Viry-Châtillon dus ook nog aan een eigen motor wordt gewerkt. "Wat we tot nu toe zien op de testbanken is veelbelovend", vertelde Famin in dezelfde persconferentie waarin hij het 'project' aankondigde om met de eigen motor te stoppen. Hij vertelde daar en passant bij zelf ook het veld te ruimen bij het Formule 1-team, per augustus. Famin gaat uitgerekend leiding geven aan Viry-Châtillon.
De Fransman stelde ook dat het niet de bedoeling is dat Alpine in de verkoop gaat. Maar er blijft straks een Formule 1-fabriek over in Enstone die, ondanks een gebrek aan investeringen, extreem waardevol is.
Teams in de koningsklasse zijn inmiddels zeker meer dan een miljard waard. Dat wordt alleen maar meer, dus een gegadigde is niet moeilijk te vinden. "Nee, we denken dat dit juist de beste manier is om het merk Alpine te promoten, terwijl we middelen inzetten voor andere takken van autosport en technologie voor straatauto", ontkende Famin verkoopplannen.
Er blijft dus een lege huls als team over, dat Renault uiteindelijk beter kan verkopen aan investeerders die wel echt wat van het team willen maken. Dan krijgen ze er een glanzend nieuw motorhome bij.
Source: Nu.nl sport