Home

Helemaal aan het eind, bij het makkelijke trapje, bevond zich de babbelbaan

Ik ging zwemmen in een buitenbad dat goed geconserveerd uit de jaren zeventig was gekomen. Bij bijna elke baan stond een bord. Er was het speelvlak (met kinderen en zwembanden erin) en de borstcrawlbaan (met spetterende mannen). Helemaal aan het eind, bij het makkelijke trapje, bevond zich de babbelbaan. Om deze baan van extra gezelligheid te voorzien, stonden er scheef en speels de woorden ‘kletsen’ en ‘praatjes’ bij. Ik zag twee vriendinnen keurig babbelzwemmen, ze hielden de haren droog.

Naast al deze helder gedefinieerde banen was er ook nog een baan zonder bord. Daar mocht je doen wat je wilde. Maar hoe werkt dat: als er één babbelbaan is, wordt de rest van het zwembad meteen een stuk serieuzer. Iedereen in de ongedefinieerde baan had een zwembrilletje op: een teken van professionaliteit.

Dus besloot ik de babbelbaan te nemen. Daar zwom ik dan wel zwijgend rond, maar ik hoopte dat mijn interne monoloog ook meetelde.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next