Het fenomeen fangirls kan u de afgelopen maand niet ontgaan zijn, want Taylor Swift deed Nederland aan en bracht vele Swifties op de been. Het woord ‘fangirl’ lijkt onlosmakelijk verbonden te zijn met de woorden ‘hysterisch’ en ‘tienermeisjes’.
Een snelle zoektocht op Google naar die drie woorden leidde mij naar de Wikipediapagina van de Beatles: ‘The Beatles kregen te maken met hysterische reacties van voornamelijk jonge tienermeisjes, die tijdens concerten de muziek met hun gegil overstemden.’
De fangirl roept een beeld op van drommen flauwvallende tienermeisjes die, eenmaal oog in oog met hun idool, hun geluk lichamelijk niet op kunnen. Een paar jaar geleden haalde een meisje van 16 het nieuws, omdat ze zichzelf een klaplong had geschreeuwd tijdens een concert van One Direction.
Op het concept ‘fangirl’ wordt maar al te vaak neergekeken. Dat bleek wederom toen PowNed begin deze maand een video online zette getiteld ‘Gillende meisjes worden sletjes voor Taylor Swift’. Een verslaggever misleidde een aantal Swifties door te vragen hoe ver ze zouden gaan voor een meet and greet met hun idool.
Een vrouw zoende een vreemde, een ander liet haar borsten zien. Toen duidelijk werd dat ze waren voorgelogen (er was geen meet and greet), gaf de laatste aan dat ze niet wilde dat de beelden werden uitgezonden. Dat gebeurde toch.
Ook over artiesten met voornamelijk jonge, vrouwelijke fans wordt lacherig gedaan. Dat lijkt me belachelijk en onterecht. De Beatles, Swift, Beyoncé en Billie Eilish danken hun carrière aan schreeuwende tienermeisjes. Eerst geldt zo’n artiest als guilty pleasure, maar dan komen de fangirls, met hun aan obsessie grenzende enthousiasme en voilà: binnen een mum van tijd is hun idool omgetoverd tot salonfähig icoon. Ontzagwekkend.
Ook ik ben een fangirl, van de singer-songwriter Mitski. Haar liedjes zijn ‘rauw en intens’ (volgens een vriendin), maar ook puberaal, kitschy en poëtisch (volgens mij). Soms denk ik dat, als mijn vriend de tijd zou nemen om haar hele discografie te beluisteren en dan vooral goed op de teksten zou letten, hij me al mijn gebreken zou vergeven.
Een tijdje terug zag ik haar live in Brussel. Het publiek bestond voornamelijk uit jonge fans, met mijn 29 jaar haalde ik de gemiddelde leeftijd flink omhoog. Niet zo gek; ooit zei Mitski in een interview dat ze muziek maakt over ‘in oorlog zijn met jezelf en daar oké mee zijn’. Als iemand daarover kan meepraten, zijn het wel tienermeisjes.
Ik had een geweldige avond. Alle aanwezigen gedroegen zich uiterst respectvol: stil als het moest en uitzinnig als het mocht, maar boven al: er werd écht geluisterd. Pas toen Mitski bij de toegift zei dat we mochten meezingen, begon de zaal mee te zingen en begon ik te huilen. Omdat ik het ongelofelijk vond dat een zaal vol jonge mensen teksten als deze moeiteloos kon meeblèren:
One morning this sadness will fossilize / And I will forget how to cry / I’ll keep going to work and you won’t see a change / Save perhaps a slight gray in my eye
(Op een ochtend zal dit verdriet verstenen / En zal ik vergeten hoe te huilen / Ik blijf naar mijn werk gaan en niemand merkt iets / Behalve misschien in mijn ogen een grijs onbeduiden)
Ooit las ik: ‘To be a fan is to scream alone together.’ Een fan zijn is met zijn allen schreeuwen in je eentje. En dat deden we. Voor heel even waanden wij fangirls ons onoverwinnelijk. Geef ons eens ongelijk.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns