Oké, in de VS wordt een tirannieke presidentskandidaat beschoten, het rechts-extremisme vindt zijn weg naar de macht en in het algemeen zijn de tijden grimmig en gewelddadig, maar dat laat onverlet dat er toch ook gezongen en gemusiceerd moet worden. Juist nu, zou je zeggen.
Over de auteur
Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dat is echter buiten het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP) gerekend. Afgelopen week besloot het FCP dat talentontwikkeling in de klassieke muziek niet langer rijkssubsidie verdient. In zijn advies verliezen de zes belangrijkste ontwikkelingsinstellingen in één klap hun toelage. De hele onderbouw voor klassieke muziek dreigt hiermee te worden weggevaagd; zoals het er nu naar uitziet wordt Nederland het enige West-Europese land zonder Nationaal Jeugdorkest.
Naast de Nationale Jeugdorkesten Nederland worden onder meer de nationale jeugdkoren van Vocaal Talent Nederland, het Nederlands Vioolconcours en het Prinses Christina Concours in hun bestaan bedreigd.
Sinds 2010, toen Halbe Zijlstra zijn doodse tengels naar de kunsten uitstak, sloten al veel muziekscholen hun deuren en liep het aantal Nederlandse studenten op conservatoria zienderogen terug.
Waar voorheen de blazerssecties van het Rotterdams Filharmonisch Orkest en het Concertgebouw tot de beste ter wereld behoorden, vullen nu buitenlandse musici de vacante plaatsen op. Ook daalde het gemiddelde niveau van Nederlandse conservatoriumstudenten ten opzichte van hun buitenlandse studiegenoten.
Dezelfde malaise treft het muziekonderwijs op scholen. Al wat daar klinkt zijn pannendeksel en pedaalemmer.
Amuzisch land.
Beoefen elke kunst, schrijft Kurt Vonnegut in een prachtige brief aan een groep leerlingen, zing, dans, musiceer – ‘het maakt niet uit hoe goed of hoe slecht, en niet voor roem en geld, maar om wording te ervaren, om uit te zoeken wat er binnenin je leeft, om je ziel te laten groeien’.
De klassieke jeugdinstituten verliezen hun toelage deels omdat er te veel aanvragen waren, deels omdat ze verzuimden de juiste vinkjes te zetten. Stapelmesjokke word je van het bureaucratisch corvee van inclusie en diversiteit. Je moet als gezelschap welhaast een specialist inhuren om de protocollen van de beoordelingscommissies te volgen zoals zij dat graag zien.
De doodzieke klerken van het cultuurfonds verwoorden hun kritiek op de jeugdkoren van Stichting Vocaal Talent Nederland aldus: ‘Hoewel de commissie ervan overtuigd is dat deelnemers bijzondere ervaringen opdoen en de beoogde verbinding door muziek beleven, geldt dit in algemene zin voor samen muziek maken en is Vocaal Talent Nederland hierin niet onderscheidend.’
Onderscheidend ten opzichte van wie, of wat? Je onderscheidt je ten opzichte van een ander, een concurrent op hetzelfde terrein zou je zeggen, maar het Fonds maakt helemaal geen onderlinge vergelijkingen, het hanteert een puntensysteem waarin inclusie en diversiteit dubbele woordwaarde hebben. Een hiphopfestival zal altijd meer punten scoren dan een klassiek koor. Via de schijnobjectiviteit van het getal, waarin kwaliteit en ervaring geen zwaarwegende criteria zijn, komt de commissie tot haar oordeel. Het woord ‘onderscheidend’ betekent hier: niets.
Bij het Vioolconcours mist de commissie een ‘visie op de maatschappelijke betekenis van vioolmuziek voor de samenleving’ en bij de Nationale Jeugdorkesten ‘een visie op de uiteenlopende publieksgroepen’ die ze willen bereiken.
Visie, de doofblinden van het Fonds kunnen er geen genoeg van krijgen. Je zou haast denken dat ze er zelf een bezitten.
En zo was Halbe Zijlstra de pest en het cultuurfonds de cholera. Zijlstra wist niet beter, als arme van geest, het Fonds knijpt die gouden keeltjes uit bureaucratische berekening dicht.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns