Home

Ik ontdekte dat ik bij gespannenheid meer gebaat ben bij inspanning dan bij ontspanning. Dingen gedaan krijgen

Eens redde een Uberchauffeur én generatiegenoot me uit de Amsterdamse regen. We raakten aan de praat over de uren die hij achter het stuur zat en hoe hij dat volhield met veel Red Bull. ‘Niet goed voor je’, zei ik. Hij zei dat Andrew Tate zei dat je beter met cafeïnevleugels de zon in kunt vliegen dan weg te zakken in de modder van improductiviteit.

Zulk advies druist in tegen de inspanningen om de prestatiedruk onder jonge mensen te beteugelen. De burn-outcijfers zullen zeggen dat deze tijden niet vragen om deze echoënde woorden van de Brits-Amerikaanse influencer.

Het is echter interessanter om deze opvatting van de beruchte Tate niet te spiegelen aan onze tijdgeest, maar aan een tijdloos Nederlands adagium: ‘Meer dan je best kun je niet doen.’ Dan denk ik: hoe weet je wat je best is als je de grenzen ervan niet eerst manhaftig hebt proberen te overschrijden?

Na maanden vol zulke introspectie kan ik met trots delen dat ik zelfoptimalisatie heb bereikt. Door in de relatie met mezelf de nadruk te verschuiven van mildheid naar strengheid. Door meer van mezelf te houden als ik push en presteer dan wanneer ik een onvoorwaardelijke vorm van zelfliefde cultiveer.

Terwijl ik mijn psyche in kaart bracht, ontdekte ik dat ik bij gespannenheid meer gebaat ben bij inspanning dan bij ontspanning. Dingen gedaan krijgen. Zelfliefde betekent voor mij niet meer dat ik niet (te) veel van mezelf vraag. Wat heb ik immers aan zelfzorg als dat niet zorgt voor een optimaal presterend zelf?

Dit moge problematisch en hoog-kapitalistisch klinken. Toxisch misschien ook, als ik behalve mijn zelfliefde ook mijn mannelijkheid koppel aan mijn productiviteit. Zo kan het klinken alsof ik zelf non-stop podcasts van Andrew Tate heb opstaan. Alsof ik in de manfluencer een eigentijdse Batman zie; de held die we nodig hebben, maar die we als een paria opjagen. Alsof ik een van de jonge mannen ben die zich niet kunnen vinden in progressieve, inclusieve en uitgebalanceerde noties van mannelijkheid, en zich laten verleiden door een klassiek hypermasculien streefbeeld. Alsof, alsof, alsof.

Vorige maand mocht ik twee columns voordragen tijdens theaterfestival Oerol op Terschelling. Helaas kwam op de eerste dag mijn plankenkoorts mee het podium op. Ik ontving applaus en bemoedigende woorden; boven op de eigen mislukking kwam dus het medelijden van anderen. Gelukkig verlegde mijn geoptimaliseerde geest mijn aandacht gelijk naar mezelf pushen, om de volgende dag wél te presteren.

Tijdens die tweede voordracht regende het op Terschelling. Met mijn doorweekte vleugels – en de watervaste gebreken in mijn karakter – steeg ik op het podium weer niet boven mezelf uit. Ik kon wel door de grond zakken, en dat is precies wat er gebeurde. En het hemelwater spoelde de brokstukken van mijn mannelijkheid naar de Waddenzee.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next