Mijn vrouw denkt dat haar verslaving aan het online bestellen van tweedehandskleding wel weer overgaat. ‘Ik merk nu al dat het minder wordt’, klinkt het monter, terwijl buiten de file van kreunende pakjesbezorgers gestaag aanzwelt.
Hoewel opgevouwen kledingstukken meestal vrij klein zijn, zijn de dozen groot. Een pakje schijnt geen goed pakje te zijn als er in de doos niet nog een doos zit. En bubbeltjesplastic, om te voorkomen dat de jurk/bloes/rok breekt. Het geheel dient met vele lagen plakband te worden omzwachteld.
Ik ben er inmiddels aan gewend dat je nieuwe ontwikkelingen nooit ziet aankomen. Ze zijn er gewoon ineens. Je vrouw ziet er telkens verrassend leuk uit, en jij bent uren bezig met het tot behapbare proporties terugbrengen van de kartonberg. Het voordeel is dat je daar veel agressie in kwijt kunt. Maar snijdend, scheurend, stampend en springend denk je wel met weemoed terug aan het comfortabele fenomeen dat we ooit ‘winkel’ noemden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns