Tot diep in de nacht voor de finale vond het door drank versterkte gezang van Engelsen een weg door de straten van Berlijn. Trotse Engelsen met hun vlaggen, waarop ze ook hun favoriete club eren, hoe klein ook. Grimsby Town, Chesterfield, Oxford United, plus een eerbetoon aan scheidsrechter Zwayer, die van de strafschop tegen Nederland. ‘No fucking orange’ zongen ze pesterig. Ook ‘Britannia rules the waves’ behoort tot hun repertoire, een heel erg oud lied, want het is al een tijdje geleden dat ze heersten over wereldzeeën.
Nou ja, misschien zijn ze de baas in het Europese voetbal, want dit stukje is voor de finale tegen Spanje ingeleverd. Al zou het spel meer gebaat zijn bij een zege van Spanje, dat optimisme uitstraalt en zelfvertrouwen, met jong talent dat de gevestigde orde op zijn nummer zette.
‘Europa ist ein geiles Land’, meldde een Duitse krant in een reclame, begeleid door foto’s van vrolijk beschilderde gezichten. Europa is een prachtig land. Dat was misschien het mooiste van het EK; de verbroedering van Europeanen, overal op tribunes zittend naast elkaar, luisterend naar elkaars verhalen en gezang. Ja, de kritiek op het oranje legioen dat van links naar rechts door de straten danst is begrijpelijk, maar elk feest is beter dan supporters die elkaar de koppen inslaan.
Niet alleen om het voetbal is zo’n EK geweldig, want de kwaliteit viel niet altijd mee. Beoogde sterren struikelden over hun ego of over hun roem, of ze waren te oud voor nog een kunstje. Nederland hield het voetbalminnende deel van de natie een maand prettig bezig, zonder werkelijke euforie te veroorzaken.
En nu is het weer voorbij. Zelden voel ik zoveel melancholie als na een toernooi, als de beker is uitgereikt en de confetti is neergedaald, als supporters blij of bedrukt naar huis zijn gekeerd. Hoe indrukwekkend was het alleen al om rond de finale door Berlijn te struinen, die ongekend veelzijdige stad met op elke straat een verhaal uit het geschiedenisboek, of een waarschuwing voor de mensheid.
Of het nu resten zijn van de Berlijnse Muur, de toeristische drukte rond Checkpoint Charlie, of de struikelstenen ter nagedachtenis aan tijdens de Tweede Wereldoorlog vermoorde Joden, met soms een hele familie in vier gouden klinkers. Rahel, Sidonie, Rosa en Louis Sternberg. Vermoord in 1943. Hun namen leven voort in de stoepen van de wereldstad.
In de Rosenstrasse, de straat van het hotel waar de verslaggever logeerde in het laatste weekeinde, is onder meer een monument voor een in de oorlog vernielde synagoge en voor een verdwenen instituut voor dove Joden. Even verderop is het ontregelende Holocaust-monument, waar je verdwaalt en gedesoriënteerd raakt tussen al dat beton. De lessen van de geschiedenis zijn keihard, maar menigeen slaat ze in de wind in naargeestige tijden.
Mede daarom, en om de liefde voor het spel, kan ik een maand verdwalen tijdens zo’n eindtoernooi en bijna verdrinken in geluk. Omdat het leven tijdelijk een prettige zijstraat neemt, van bedwelmende soli van tieners tot diep in de nacht zingende Engelsen.
Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever van de Volkskrant en schrijft elke week een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
EK Voetbal 2024
Al het nieuws leest u in ons liveblog.
Welke ploeg speelt wanneer? Wie leidt de topscorerslijst? Wie krijgt de meeste gele kaarten? Hier vindt u alle statistieken.
Al onze verhalen over het EK 2024 vindt u op deze pagina.
Schrijf u ook in voor onze nieuwsbrief Sport.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns