Hij is als de nummer twee in de tussenstand aan de zomerstop van de MotoGP begonnen, maar toch zal Jorge Martín niet met een goed gevoel op vakantie gaan. De huidige Pramac Ducati-rijder is het hele seizoen al razendsnel en met een zege in Portugal nam hij de leiding in het kampioenschap, die hij pas tijdens de laatste race in Duitsland afstond aan Francesco Bagnaia. Dat had hij overigens geheel aan zichzelf te danken, want in de voorlaatste ronde crashte Martín vanuit leidende positie uit de race. Opvallend genoeg was het al de derde keer dit seizoen dat dit hem overkwam, nadat hij in de Spaanse Grand Prix en de sprintrace van de GP van Italië hetzelfde deed. De crashes hebben hem zo'n vijftig punten gekost, maar desondanks is zijn achterstand nog altijd maar tien punten. Het grootste verlies van het seizoen leed Martín echter niet op de baan, maar ernaast. Voor het derde opeenvolgende jaar greep de 26-jarige Madrileen naast promotie naar het fabrieksteam van Ducati. Toch heeft hij zijn fabriekszitje nu te pakken, want hij verkast volgend jaar naar Aprilia.
Datzelfde Ducati verdient overigens ook een plekje bij de verliezers. Niet vanwege slechte prestaties, want de fabrikant uit Bologna heeft acht van de eerste negen Grands Prix gewonnen en bezet de eerste vier posities in het kampioenschap voor rijders. Waarom dan toch een plekje bij de verliezers? Daar was de soap rond de invulling van het tweede zitje meer dan voldoende voor. Zo werd de schoonheidsprijs niet verdiend door Jorge Martín voor de Italiaanse GP het zitje te beloven bij het fabrieksteam, om na dreiging van Marc Márquez toch voor laatstgenoemde te kiezen. Een besluit dat bovendien nog enkele gevolgen had: het merk is met Martín (Aprilia) en Enea Bastianini (KTM Tech3) twee jonge en ijzersterke rijders kwijtgeraakt aan belangrijke concurrenten. Misschien wel de grootste klap is echter het verlies van Pramac, dat vanaf 2025 het tweede fabrieksteam van Yamaha wordt.
Vorig jaar maakte Marco Bezzecchi veel indruk, dit jaar loopt het een stuk minder soepel.
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
Iemand van wie na een ijzersterk 2023 veel werd verwacht in 2024, was Marco Bezzecchi. Toch heeft de Italiaan dit jaar nog geen moment echt kunnen overtuigen bij VR46 Ducati. Hij koos ervoor om zijn vertrouwde team trouw te blijven en genoegen te nemen met een Desmosedici GP23, terwijl hij bij Pramac over het nieuwste materiaal had kunnen beschikken. De GP23 en Bezzecchi lijken tot dusver echter geen match te zijn. In de eerste negen sprintraces van het huidige seizoen wist hij pas één puntje te scoren en op de zondagen vergaat het hem niet heel veel beter. Ja, in Jerez eindigde hij solide op de derde positie, maar verder eindigde hij pas drie keer in de top-tien. In het kampioenschap staat Bezzecchi twaalfde en daarmee is hij de laagst geklasseerde Ducati-rijder. Een lichtpuntje in zijn tot dusver lastige seizoen is echter het contract dat hij tekende bij het fabrieksteam van Aprilia. Ook Bezzecchi heeft zo zijn promotie naar een fabrieksteam dus te pakken.
Het huidige MotoGP-seizoen verloopt tot dusver ook verre van soepel voor Jack Miller, die sinds begin 2023 uitkomt voor KTM. Zijn eerste seizoen in Oostenrijkse dienst verliep al niet geweldig met een forse achterstand op teamgenoot Brad Binder, maar toen kon hij zich nog verschuilen achter de gewenning aan de KTM RC16. Dat excuus is er nu niet, maar desondanks zijn de prestaties van de Australiër dit jaar nog minder. Natuurlijk helpt het niet mee dat de motorfiets van KTM dit jaar iets minder competitief lijkt dan vorig jaar, maar het verschil ten opzichte van Binder en GasGas Tech3-rookie Pedro Acosta is groter. Het heeft ook gevolgen voor de ervaren Miller, die zijn contract bij KTM niet verlengd zag worden en dus op zoek moet naar een nieuwe werkgever. Zelf stelt de rijder uit Townsville meerdere opties te hebben, maar de meeste competitieve zitjes zijn inmiddels al verdeeld...
De Honda's zijn dit jaar vaak veroordeeld tot een onderling gevecht om de laatste plaatsen.
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
Ook het laatste plekje bij de verliezers is voorbehouden aan een van de fabrikanten en in dit geval is die keuze wél gemaakt op basis van de prestaties op de baan. Bij Honda lijkt het licht aan het einde van de tunnel namelijk nog niet in zicht te zijn. De afgelopen jaren is het merk ver weggezakt en met forse veranderingen aan de RC213V hoopte de Japanse fabrikant het tij te keren, maar dat is tot dusver nog niet echt gelukt. Honda heeft moeite om de juiste ontwikkelingsrichting te vinden voor de motorfiets en dat is dan ook terug te zien in de prestaties. Met een twaalfde plaats tekenden Joan Mir (twee keer) en Johann Zarco voor het beste resultaat van een Honda-rijder in 2024 en eerstgenoemde is op de achttiende stek ook de best geklasseerde rijder in het WK met dertien punten. Bij de constructeurs staat Honda inmiddels al 24 punten achter op Yamaha, de eveneens geplaagde Japanse fabrikant die daarentegen wel wat progressie lijkt te boeken met de M1. Uit het dal klimmen is dus mogelijk, maar voor Honda geldt wel dat flink wat werk aan de winkel is.
Source: Motorsport