Home

De politieke cartoon zal ook in de toekomst zo veel mogelijk vrijheid krijgen in de Volkskrant

Er zijn bij de Volkskrant nog twee collega’s werkzaam die Jan van der Pluijm hebben meegemaakt, de hoofdredacteur die eind jaren zestig de katholieke veren afschudde en de Volkskrant omvormde tot de krant voor progressief Nederland.

De ene is eindredacteur Gijs van den Heuvel, al decennialang een belangrijke steunpilaar voor de gehele Volkskrantredactie. De ander is cartoonist Jos Collignon, die in 1980 overstapte van NRC naar de Volkskrant. 44 jaar lang heeft hij met zijn tekeningen commentaar geleverd op de actualiteit. Zijn stijl werd een belangrijk beeldmerk van de krant, net zoals de stijl van Opland (die van 1948 tot zijn dood in 2001 voor ons tekende) dat ook decennialang was.

Jos heeft een ongekende en onnavolgbare verbeelding, wat leidde tot een oneindige stroom aan geestige tekeningen met een enorme dynamiek, waarin iedereen werd bespot en niemand werd gespaard en die de tand des tijds glorieus hebben doorstaan.

In het interview dat hij deze week gaf aan Ariejan Korteweg, constateerde hij dat de laatste twee hoofdredacteuren ineens veel kritischer waren en ook wel eens – in veertien jaar drie keer om precies te zijn – een tekening weigerden of achteraf terugtrokken.

Die ingrepen kunnen, denk ik, eerder worden verklaard vanuit twee grote maatschappelijke ontwikkelingen. De eerste was de onstuimige groei van internet en sociale media. Hierdoor kwamen cartoons steeds vaker ook bij mensen terecht die nog nooit van Jos Collignon of de Volkskrant hadden gehoord. De kans dat cartoons verkeerd werden begrepen, nam hierdoor toe.

De tweede, nog veel belangrijker ontwikkeling was het groeiende besef dat wat vrij en vrolijk voelt, in werkelijkheid vooroordeelbevestigend kan zijn.

Het Zwarte Pietendebatwas hier het belangrijkste voorbeeld van. De liefhebbers van Zwarte Piet bleven zich verschuilen achter hun intenties: ‘Het is een onschuldig kinderfeest!’ Maar als het door grote groepen in de samenleving zo niet wordt ervaren, om zeer begrijpelijke redenen, dan is het per definitie niet meer onschuldig.

Dezelfde redenering geldt in onze ogen ook voor cartoons. Je intentie kan zijn om iedereen vrolijk en kritisch te bespotten, maar als een tekening of uitspraak kwetsend is voor bepaalde bevolkingsgroepen, dan dien je daar in onze ogen rekening mee te houden. Een krant moet stigmatiserende stereotypen mijden.

Peter Middendorp legde het enkele weken geleden in zijn column nog beter uit. ‘Als iedereen gelijk is, kun je over iedereen grapjes maken.’ Het probleem is dat niet iedereen gelijk is en dus kun je niet over iedereen dezelfde grappen maken en iedereen op dezelfde manier bespotten.

Sommige afbeeldingen zijn beladen. Het is volstrekt legitiem om Netanyahu te bekritiseren en te bespotten, maar het is – door het verleden – problematisch om hem met een opvallend grote neus en opvallend grote oren af te beelden. Als de premier van Israël zwart was geweest, zou je hem ook niet afschilderen met dikke lippen en kroeshaar.

Collignon zag dit als een hinderlijke en kwalijke beperking van zijn vrijheid en dat begrijp ik. Het was altijd een pijnlijk besluit om een tekening tegen te houden omdat de Volkskrant de verbeelding en de meningsvorming in principe zo veel mogelijk vrij wil laten.

Of we altijd de juiste afwegingen hebben gemaakt, kan ik zelf niet beoordelen. Wel kan ik beloven dat de politieke cartoon niet uit de Volkskrant zal verdwijnen – Jos Collignon krijgt na de zomer een opvolger – en dat we ook in de toekomst zo veel mogelijk vrijheid aan de gedachten en de verbeelding willen geven.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next