Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.
Het werd ‘in toenemende mate ongemakkelijk’. En dus zijn ze er maar mee gestopt: voortaan worden er geen prijzen meer uitgereikt voor de afstudeerfilms aan de Nederlandse Filmacademie. Zo maakte scheidend directeur Bart Römer vorige week bekend in zijn praatje voorafgaand aan de vertoning van de fictiefilms en documentaires van lichting ‘24.
Wat was er aan de hand? Was de jury onkundig? Gingen de prijzen naar de verkeerde films?
Nee, of in elk geval niet stelselmatig. Maar het al of niet winnen van een prijs gaf wel ‘extra druk’ aan de studenten. Het zat hun ‘feestelijke beleving’ van de eindexamenweek in de weg, verklaarde Römer. Buiten dat: ‘De academie is een school en geen productiehuis. Elke film is ons even lief.’
Tja. De Filmacademie ís geen gewone school. Nooit geweest ook. Bezoek een willekeurige lerarenopleiding in het land: daar komt tijdens de diplomauitreiking geen afvaardiging uit het vak langs om te zien wie dit jaar het grootste docenttalent is. Ook wordt het afstudeerwerk van die leraren in spe niet tentoongesteld in een Nederlands onderwijsmuseum; het werk van de Filmacademie-afstudeerders is een week lang te zien in filmmuseum Eye .
De door vakjury’s uit de filmwereld uitgereikte prijzen, al decennialang deel van dat pakket, dienen een doel: ze genereren aandacht, voorzien alvast wat talent van een vinkje en vergemakkelijken zo de doorstroming.
Er valt ook wel iets te zeggen voor de ingreep van de Filmacademie: de afstudeerders kunnen hun hele carrière lang nog prijzen winnen; het stikt van filmprijzen. En misschien is het ook wel zuur om, net één minuut afgestudeerd, al te moeten horen dat jij dus níét als dat grote talent wordt beschouwd. Al hadden eerdere generaties daar kennelijk minder moeite mee.
De ‘lieve lichting’, zo werden de 73 afstudeerders van dit jaar genoemd door hun mede-studenten en docenten. Berend Jan Bockting, die de films vorige week namens de Volkskrant bekeek en besprak, viel de gedeelde ‘empathische blik’ van de films op.
Dat het (wel of niet) winnen van een prijs iets geks kan doen met de mens, óók van een eerdere generatie, besprak Ruben Östlund (50) vorige week in Interview Magazine. De in Cannes aan hem uitgereikte Gouden Palm voor The Square had de Zweedse cineast juist onzeker gemaakt: de druk nam enorm toe. Het hielp dat hij vervolgens vlot zijn twééde Palm won, voor Triangle of Sadness. En ook weer niet: nu móét Östlund van zichzelf met zijn volgende film The Entertainment System is Down de derde winnen, een record.
Filmmaken is geen wedstrijd. Maar prijzen hebben wel effect. Eerder dit jaar memoreerde Francis Ford Coppola in Cannes hoe de tegenwerking die hij (uit Hollywood) ervoer bij de release van Apocalypse Now pas afnam nadat de jury van het Franse festival zijn film in 1979 met de Gouden Palm waardeerde. En zo zijn er vele voorbeelden.
Het is winst, als afstudeerders aan de Filmacademie geen extra druk hoeven te ervaren. En ook een beetje verlies. Laten we hopen dat deze lieve generatie nog heel veel prijzen wint.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns