Ik dacht altijd dat opvoeden zo’n beetje vanzelf ging. Je zegt drie keer ‘stop, dat mag niet’ en de vierde keer weten ze het en hoef je niets meer te zeggen. En dat zou dan werken tegen schreeuwen, springen op meubilair, ruziemaken op de achterbank, hardhandige omgang met broertjes, het gooien met voorwerpen en het zingen van vieze liedjes.
Maar dat blijkt dus helemaal niet zo te zijn.
Wist ik veel. Mijn eigen geklier en geschreeuw als kind heb ik blijkbaar verdrongen en het gedrag van kinderen in het openbaar is een complot van de kinderen tegen de volwassenen. Die kinderen weten ook wel dat als ze zich in winkels en restaurants net zo zouden gedragen als thuis, niemand het meer in zijn hoofd zou halen om aan kinderen te beginnen. Dus houden ze zich in en bewaren hun smerige praktijkjes voor thuis.
Inmiddels is mijn oudste zoon 8 en nu pas blijkt dat drie keer ‘stop, dat mag niet’ zeggen geen waterdichte opvoedmethode is. Hij is inmiddels te oud om te vondeling te leggen, een kind van 8 te vondeling leggen heet gewoon een dropping. En natuurlijk zijn we inmiddels ook aan hem gehecht geraakt. Kortom: het was tijd om me te verdiepen in een redelijk consequente en toch sfeervriendelijke aanpak.
‘De Gordon-methode’, zei iemand, ‘die moet je hebben’, dus ik kocht Luisteren naar kinderen van Thomas Gordon. Het was natuurlijk makkelijker geweest als het boek op AVI-niveau geschreven zou zijn en Luisteren naar ouders had geheten, vele malen efficiënter ook, maar helaas, het dresseren van mijn kinderen moet via een omweg en die omweg loopt via mij.
Meteen na aanschaf lees ik drie hoofdstukken en wat er in het boek staat, klinkt even logisch als omslachtig. Er zijn een heleboel dingen die je als ouder niet moet doen: waarschuwen, adviseren, steekhoudende argumenten aanvoeren en dat soort hele voor de hand liggende opvoedgereedschappen waarvan weldenkende mensen zich al honderden jaren bedienen. In plaats daarvan interpreteer je.
Het boek is nog lang niet uit, maar zoals dat gaat: al ver voor de laatste pagina dient zich een opvoedsituatie aan. Terwijl de oudste met zijn vuisten op de jongste timmert omdat die zijn trein heeft afgepakt, denk ik: interpreteren. Je moet interpreteren, zodat er een gesprek kan ontstaan waarin iedereen zich vrij voelt om te vertellen hoe het echt zit en waarin we steeds dichter bij onze werkelijke gevoelens en gedachten komen.
‘Ik zie dat jullie allebei met de trein willen spelen’, zeg ik, kalm.
Ze horen me niet, omdat ze er doorheen schreeuwen. Misschien moet ik het drie keer zeggen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns