‘Ik zou niet meteen beginnen over dat Ronald Koeman zijn kont met Olafs shirt afveegde. Dan loopt hij meteen weg. Dat vindt Olaf niet leuk.’
Een paar dagen voor het interview met voormalig Duits international Olaf Thon gaf Youri Mulder me bovenstaande tip. Mulder speelde jarenlang samen met Thon bij het Duitse Schalke, en spreekt hem nog vaak.
Ik wilde naar Thon toe voor een verhaal over de moeder aller halve finales, die in 1988 tussen West-Duitsland en Nederland in Hamburg. En eerlijk gezegd vooral over wat er daarna gebeurde, over Koeman die op het veld het shirt van tegenstander Thon tussen zijn billen door haalde.
Met wederom een EK in Duitsland, en met Koeman nu als bondscoach van Nederland nam een zekere scoringsdrang bezit van me. Maar het was ook puur jeugdsentiment. Ik was in 1988 10 jaar, mijn vader (eigenlijk meer muziek- dan voetballiefhebber) deed de hele dag een beetje raar, gespannen. Hij schold op de moffen (dat mocht je toen nog gewoon zeggen) tijdens de wedstrijd, op Völler, Matthäus, Klinsmann, Thon, Immel en Kohler. Ik ging erin mee.
De ontlading na de 2-1-overwinning was grotesk. Wat Koeman vervolgens deed, werd in Nederland begroet als een naoorlogse verzetsdaad.
Duitse media pakten er destijds flink mee uit, het totale gebrek aan respect voor het witte shirt met de Duitse driekleur erop, die zomaar langs de Arsch van Koeman werd gehaald. En dan was het ook nog het shirt van die allervriendelijkste Olaf Thon!
(Ik heb zelfs lang gedacht dat Koeman het shirt letterlijk als wc-papier had gebruikte op de wc van het Volksparkstadion, kwam er pas later achter dat hij gewoon zijn broekje aan had.)
De foto van het tafereel wordt nog voor bijna iedere Nederland - Duitsland gepubliceerd. Zelfs voor de eerste halve finale van Koeman als bondscoach dook hij op. De dan 25-jarige Koeman staat half voorover gebukt, een duivels lachje op zijn gezicht. Hij kijkt achterom, alsof hij tegen de fotografen wil zeggen: klik maar, jongens. Inmiddels schaamt Koeman zich ervoor.
Enfin, toen ik tegenover Thon zat, begon ik, indachtig de tip van Mulder, eerst veilig over de snorren en matjes die de spelers destijds hadden.
Maar al na drie minuten interview zei de inderdaad allervriendelijkste Thon uit zichzelf: ‘Koeman met dat tricot van mij… Ik heb niet meegekregen dat hij dat deed, hoorde het pas een dag later. Ik heb het nooit vervelend gevonden. Liever zo’n actie dan dat iemand me van achteren op de achilles trapte.’
Aan het eind van het geanimeerde gesprek, waarin Thon zelfs stelde begrip te hebben voor de Hollandse agressiviteit (denk ook aan het smerige gerochel van Rijkaard in de nek van Völler) in die jaren, vroeg ik nog een keer of hij het niet op zijn minst respectloos vond.
‘Nee, zei Thon bijna plechtig, niemand is perfect. Iedereen maakt fouten. Als Koeman de eindstrijd haalt en ik kom hem tegen, dan zal ik hem feliciteren.’
Het ontregelde me eerlijk gezegd, de barmhartigheid van iemand van de door mij meest gehate ploeg. Vlak voor de halve finale Nederland - Engeland waagde ik een laatste poging en appte Thon voor wie hij was, voor ‘Ihren Freund Koeman?’ In perfect Nederlands stuurde hij terug: ‘Ik wens mijn Nederlandse vrienden de overwinning.’
Over de auteur
Bart Vlietstra schrijft voor de Volkskrant over voetbal.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns