Complottheorieën worden tegenwoordig als nepnieuws gezien. Maar als uitzondering op de regel verdient één complot alle aandacht: ‘het complot van de zwijgzaamheid’. Politici lanceren ambitieuze plannen om publieke diensten als zorg, onderwijs en gevangeniswezen, te verbeteren en de armoede aan te pakken, maar ze zeggen niet hoe ze dat gaan betalen.
Er wordt niet over gepraat, laat staan vragen over gesteld. Het hele debat over de regeringsverklaring van kabinet Schoof ging over hoofddoekjes en tweets, maar zelden over het geld.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De reden is simpel. Alle partijen spelen inmiddels mooi weer om het pendule-electoraat te paaien, want die gaat net zo snel van links naar rechts als het oranje-legioen. En omdat bezuinigen en belasten taboe zijn, moet het op de pof gebeuren. Er is nog wel een SP’er die iets murmelt over een hogere winstbelasting, maar degenen die dat zouden moeten betalen, zijn al weg uit Nederland zodra het woord dividendbelasting klinkt.
Als het om serieuze bedragen moet gaan waarmee diensten echt kunnen worden verbeterd, dan zullen de middengroepen en het mkb de rekening krijgen. Geen oppositiepartij – van GroenLinks PvdA tot Volt, de SP, CU en D66 – durft daarvoor naar de interruptiemicrofoon te snellen.
Nu kan Nederland nog wel een stootje hebben. Vorige week concludeerden centrale bankiers, economen en wetenschappers tijdens de jaarlijkse ECB-conferentie in het Portugese Sintra dat in andere EU-landen de overheidsfinanciën totaal uit de hand dreigen te lopen als gevolg van een populistisch begrotingsbeleid. Mocht de rente stijgen, dan komen de overheden in grote financiële problemen. De centrale banken die al tot hun nek in staatsobligaties zitten, moeten opnieuw in actie komen met grootschalige obligatie-opkoopprogramma’s. Italië onder rechts en Frankrijk onder links zijn de grote zorgenkinderen. De Italiaanse premier Meloni deelt voortdurend cadeautjes uit zoals isolatiesubsidies voor alle huiseigenaren van 110 procent van de kosten, terwijl ze al tot de nek in de schulden zit.
Dat wordt nu gefinancierd met hulp van het Europese pandemieprogramma Pepp (pandemic emergency purchase programme), maar dat programma loopt eind dit jaar af. Zonder dit instrument zou Italië moeten terugvallen op het TPI-opkoopprogramma (transmission protection instrument) van de ECB dat eigenlijk alleen ingezet kan worden als door toedoen van speculanten rentes oplopen. Uitgangspunt van de ECB is dat ‘geen begrotingstekorten worden gefinancierd’. De vraag is of dat lukt. ‘Als je de eendjes in de vijver jarenlang gevoed hebt, blijven ze kwaken’.
Het verder laten oplopen van de schulden is geen EU-kwaal, noch een van radicale partijen. De Labourpartij van de nieuwe premier Keir Starmer blaast ook hoog van de toren. ‘Een betere service voor het volk’, is zijn slogan. Daar hangt een prijskaartje aan van tientallen miljarden ponden, maar geen woord over hoe dat wordt opgebracht. ‘Sorry, no money’, was het welkomstbericht voor de nieuwe minister van Financiën op Downing Street 11. Of Biden of Trump wordt gekozen, zal voor de overheidsfinanciën weinig uitmaken. Beiden gaan op hun oude dag gewoon verder met het vergroten van de schulden.
Dat mag een stilzwijgend complot worden genoemd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns