Home

Ik krijg de indruk dat men angstvallig om het migratievraagstuk heen draait alsof het een giftige splijtstofstaaf is

Demografische veranderingen in Amerika en Europa maken de traditionele steun aan Israël minder vanzelfsprekend. Ik beschouw dat als een zorgwekkende ontwikkeling. Dat schreef ik in april. Mij van geen kwaad bewust wees ik de veranderende demografie aan als bron van mijn zorg, maar na alle heisa over het begrip ‘omvolking’ vraag ik me geschrokken af of ik mezelf met die bewoordingen niet ontmaskerd heb als een foute opiniemaker.

De bij radicaal-rechts populaire term ‘omvolking’ is inmiddels in brede kring taboe verklaard. Hoewel ik geen voorstander ben van het uitspreken van banvloeken over woorden, vind ik in dit geval ook dat het woord beter niet gebruikt kan worden. Vanwege de connotatie met de nazi-Duitsland. Bovendien is de theorie dat ‘de elite’ doelbewust streeft naar vervanging van de oorspronkelijke bevolking door nieuwkomers onzin. Dat wij feitelijk een immigratieland zijn geworden, is ons overkomen. Er is helemaal geen regie, geen plan. Dat is juist het probleem.

Maar intussen zijn we een stap verder. Ook ‘zorgelijke demografische ontwikkelingen’ als alternatief voor omvolking mag kennelijk niet. In een verslaggeverscolumn van mijn oud-collega Toine Heijmans las ik: ‘En nu is ‘omvolking’ in korte tijd omgevolkt tot ‘zeer zorgelijke demografische ontwikkeling’. Alsof dat minder racistisch is.’

Over de auteur
Arie Elshout is journalist en columnist voor de Volkskrant. Eerder was hij correspondent in de VS en Brussel. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Met terugwerkende kracht voelde ik me aangesproken. Ben ik dan meteen verdacht als ik uiting geeft aan mijn vrees dat door de komst van immigranten uit het Midden-Oosten met hun andere historie en perspectief de door mij gekoesterde pro-Israëlische traditie van Nederland onder druk komt te staan? Dat gaat ver.

Feit is dat de demografie van Nederland de laatste decennia sterk is veranderd. Door immigratie is de bevolkingssamenstelling diverser en gekleurder geworden. Die ontwikkeling is er. Je kunt haar toejuichen als een verrijking, je kunt er onverschillig tegenover staan, en je kunt het zien als iets dat niet zonder problemen is. Dat is aan iedereen om zelf te bepalen.

Persoonlijk ben ik van mening dat immigratie beter is dan haar tegendeel: inteelt. Immigratie houdt samenlevingen vitaal. Als kind van de emancipatie vind ik het mooi hoe talenten met een migratieachtergrond zich volop laten gelden in de politiek, literatuur, kunst, media en sport (voetbal!). Maar tegelijkertijd zie ik de schaduwzijden: de soms moeizame integratie, de wrijvingen als gevolg van cultuurverschillen, de sociale problemen en gebrek aan cohesie in wijken en steden met 70, 120 of 220 nationaliteiten, de gevoelens van vervreemding onder inheemse Nederlanders. Ik heb dit allemaal al eens in 2020 uitgebreid opgeschreven, gekoppeld aan een pleidooi voor een restrictief immigratiebeleid: niet te veel, niet te snel.

Dat moet kunnen, zou ik zeggen. Zonder direct zwart of bruin gemaakt te worden. Nou, weet ik ook wel dat Toine zijn opmerking maakte in het specifieke geval van PVV-minister Marjolein Faber. Net als Laurens Dassen van Volt, die zich in de Kamer in vergelijkbare zin uitliet, wilde hij haar vluchtweg afsnijden. Dat begrijp ik. Maar ik mag toch hopen dat het niet zo zal zijn dat en passant het uitspreken van zorgen over bepaalde demografische ontwikkelingen wordt getaboeïseerd. Dat zou een vorm van nevenschade zijn die we niet moeten willen.

Waarom maak ik hier zo’n punt van? Dat komt omdat ik de indruk krijg dat men angstvallig om het migratievraagstuk heen draait alsof het een giftige splijtstofstaaf is die men zo snel mogelijk in beton wil gieten en begraven. De gevestigde politiek − rechts, midden, links − krijgt maar geen grip op het probleem. Door een combinatie van onmacht, onwil, ongemak, ontkenning, onenigheid. Het kan niet, mag niet, hoort niet − die mantra belemmert nu al jaren de totstandkoming van een effectief migratiebeleid.

Dat onvermogen van de traditionele politiek is zuurstof voor de groei van radicaal-rechts. In groten getale wijken kiezers daar naar uit, in Nederland, in Frankrijk, in Duitsland. Je kunt die mensen allemaal wegzetten als racisten en xenofoben. Je kunt ze beledigen en wegwensen. Je kunt nadenken over hoe hun stem kan worden ontkracht, oftewel hoe de democratie kan worden gered door haar te vernietigen. Je kunt goochelen met statistieken. Je kunt met woorden spelen.

Maar weet je wat: daarmee gaat het probleem niet weg en blijft het de bestaande democratische orde vergiftigen en onder spanning zetten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next