Home

Op zijn terras in Keulen doet Abdul schietgebedjes om verlost te worden van dat ‘Scheiße Fußball’

De blauwe omheining van de EK-fanzone in Keulen is Abdul een doorn in het oog. Het plein wordt erdoor opgeslokt, het uitzicht op de omliggende terrassen ontnomen. Zijn terras is zelfs tijdelijk ingeperkt, een stuk smaller dan twee zomers geleden toen we hem voor het eerst ontmoetten. De kleine tweepersoonstafels zijn tegen elkaar geschoven om de ruimte toch optimaal te benutten. Geen privacy, maar met z’n allen aan één tafel terwijl de sigarettenrook van de een de lunch van de ander verzwelgt. Ik vind het gezellig, maar hij kijkt het met lede ogen aan, handen op de heupen, zijn blik gericht op de fanzone.

Over de auteur
Danielle Kliwon is gastcolumnist tijdens het EK. Ze schrijft voor Hard Gras en is te beluisteren in Podcast zonder ballen.

Afgezonderd van de rest van het terras zit een groepje Engelsen. Toeval, zo lijkt het, maar het blijkt een bewuste keus. Het stel dat het aandurft om naast de levendige en onstuimige troep te zitten houdt het tien minuten vol voor ze bij ons aan tafel aanschuiven. Na vijf minuten concluderen ze dat de afstand tussen hen en de Engelsen nog steeds niet groot genoeg is – zodra er een plekje vrijkomt aan de andere kant van het terras trekken ze een sprint om het te claimen. De Engelsen hebben niets door.

Abdul draagt een shirt van Real Madrid, Toni Kroos op de rug, en moppert in het Duits wanneer de Engelsen te hard lachen, te hard praten, te veel bier bestellen en – in zijn ogen – te veel rumoer veroorzaken. Zij verstaan hem niet, wij wel. Hij is de vriendelijkheid zelve, laat zich maestro noemen en krijgt schouderklopjes, maar zodra hij hen de rug heeft toegekeerd schudt hij zijn hoofd, heft hij zijn ogen naar de hemel en doet hij schietgebedjes om verlost te worden van dat Scheiße Fußball. Hij schiet uit zijn slof tegen vier Londenaren die op hun elektrische stepjes aankomen en Red Bull met wodka willen. ‘No service’, bijt hij ze toe, maar dan herstelt hij zich. Hij glimlacht breed en biedt zijn excuses aan.

Ik heb een Duitsland-shirt aan – Italia 1990 –, maar dat vergeeft hij me. Hij weet dat ik ook Madridista ben. Dat schept een band. Ik geef hem een flinke fooi, een steuntje in de rug. Abdul grijnst, maar zucht alweer snel. Bij de fanzone wordt de rij steeds langer. Er is nog geen muziek te horen, maar dat kan niet lang meer duren. Een vrouw deelt ‘free hugs’ uit op de hoek, aan de overkant wordt wat heen en weer geschreeuwd, een moeder probeert verwoed het voetbalshirt van haar krijsende kind schoon te maken. Een van de Engelsen heeft weer iets grappigs gezegd en de lach van zijn gezelschap buldert over het terras. ‘Ich mag Fußball nicht’, zegt de ober hardvochtig. ‘Allein Real Madrid. Und Toni Kroos.’

‘Bellingham?’, vraag ik. Even lijkt zijn blik te verzachten. Er kan een kleine glimlach vanaf. Dan werpt hij een laatste geërgerde blik op de groep Engelsen en herhaalt hij: ‘Ich mag Fußball nicht.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next