Het weekend dat ik racistisch werd, begon met een zelfgeschreven column waarin ik de voetballer Georginio Wijnaldum ‘moreel dom’ noemde, omdat hij in Saoedi-Arabië speelt zonder het land te kennen, of de verschillen met Nederland. Zijn nieuwe, stoere kapsel hielp deze geestesgesteldheid volgens mij niet te verbergen, maar eerder te benadrukken.
Die vrijdag wemelde het van de verwijten van walgelijk, kwaadaardig racisme. Even was er overal haat, uit alle hoeken, gaten en internetkanalen. Hoe durfde ik een donkere speler dom te noemen? Ik kon maar beter goed oppassen, als ik niet uitkeek, en omvolking serieus nemen – binnenkort is de verhouding 40/60 en zijn wij in de meerderheid!
Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Over witte spelers en trainers in bijvoorbeeld Dagestan had ik weleens ergere dingen geschreven – mocht zoiets alleen bij wit? Vanzelfsprekend ben ik niet racistisch, maar integendeel juist enorm voor gelijkheid. De revolutie eet zijn eigen kinderen op, zei ik. Laat ze zich op echt racisme richten, dat is er helaas genoeg. En dat voelde redelijk, maar klonk alsof ik had geroepen dat ze boeven moesten gaan vangen, een bekeuring in de hand.
Als mensen schelden op internet, blokkeer ik ze meestal. Voor ieders welzijn is negeren nu eenmaal het beste. Maar ik weet niet, het lukte niet zo deze keer. Steeds als mijn vingers richting het blokkeer-knopje gingen, verscheen er een aureooltje boven mijn hoofd, fel schijnend, dat duidelijk iets betekende – maar wat?
De volgende ochtend werd ik wakker met de denkfout van een ander. Kortgeleden had een actrice op tv gezegd: als je over iedereen grapjes kunt maken, is iedereen gelijk. Dat klonk toen eerst ook zo waar; de hele talkshowtafel was het eens. Maar het maakt uit wie het grapje maakt, de leraar of de leerling, de SS’er of de kampgevangene. Het is dus andersom: als iedereen gelijk is, kun je over iedereen grapjes maken.
Ik had gedacht dat ik de voetballers moest behandelen zonder rekening te houden met kleur. Dat de gelijkheid zo het beste was gediend. Iedereen kan moreel dom zijn, los van kleur of intelligentie. Maar dat is een denkfout, die alleen maar uit een wit hoofd kan komen. Het zijn geen gelijke gevallen. Voor mensen met een kleur die al eeuwen met domheid in verband wordt gebracht, betekent het woord iets anders dan voor kleurlozen – al zet je er nog zo genuanceerd het woordje morele voor.
Gaandeweg begon ik me steeds sterker af te vragen waarom ik over de kapsels van de donkere spelers was begonnen. Je moet nooit uiterlijkheden in verhalen betrekken. Me dunkt dat ik die les al eens geleerd had, door schade, schande en zelfhaat. Meteen al, lang geleden, toen ik eens een korte reactie van een politicus kreeg: ik kijk niet altijd ontevreden, zoals u schrijft, ik heb een hersenbloeding gehad.
De gevlochten kapsels van donkere spelers zijn geen stoere voetbalkapsels, zoals ik veronderstelde, maar hebben een lange geschiedenis, deels trots, deels tragisch, die teruggaat tot minstens de tijd van de slavernij – ook door die porseleinkast was ik dus nog even gebanjerd met mijn luie idealen.
Zondagochtend las ik al vroeg dat de voetballer Memphis Depay en de activist Akwasi samen een nieuw rapnummer hebben uitgebracht: Bedankt Voor Je Mening.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns