Home

De zelfverklaarde ex-hooligans in ‘Ik durf het bijna niet te vragen’ spraken met een bijna verliefde blik over hun wandaden

Een raadsel wat BNNVara heeft bewogen om het praatprogramma Ik durf het bijna niet te vragen uit te zenden meteen nadat op een ander NPO-net het Nederlandse elftal had gevoetbald voor het Europees Kampioenschap. Toch niet omdat de beschonken massa in Berlijn veel gemeen had met de ex-hooligans die in het programma aan het woord kwamen? Van hooliganisme is in Duitsland tijdens het EK niets te merken, hoe genant het beschonken ‘Oranjelegioen’ zich wellicht ook gedraagt.

De (zelfbenoemde, we gaan er maar vanuit dat het klopt) voormalige vandalen in het programma, gingen misschien niet prat op hun rotstreken en misdaden – vechten, slopen, vuurwerk afsteken – in en rond stadions, ze spraken er wel met een bijna verliefde blik over. Niet het soort gasten dat het toch al beproefde gemoed dinsdag kon opbeuren.

Over de auteur
Arno Haijtema is redacteur van de Volkskrant en tv-recensent.

Het is BNNVara er in Ik durf het… om te doen ‘onbegrepen en gemarginaliseerde mensen de kans te geven om hun stem te laten horen’. Oorspronkelijk uitgezonden in pandemische tijden, toen Nederland wel andere zorgen had dan voetbalvandalisme op de vaak lege tribunes. Nu dus in de herhaling, met waarschijnlijk geen andere motivatie dan goedkoop zendtijd vullen als vrijwel alle kijkers afstemmen op Studio Fussball, meteen na het laatste fluitsignaal van Nederland-Oostenrijk.

Zo gemarginaliseerd kwam het geïnterviewde zestal, supporters van Ajax, NAC Breda, Feyenoord en ADO Den Haag trouwens niet over. Als ze gingen knokken met aanhangers van de tegenpartij (echt, áltijd met wederzijdse instemming) deden ze dat gezellig in een groep gelijkgestemden. Behalve dan de Ajax-supporter Wesley, die dronken het veld op was gestormd. Hij kwam terecht in ‘cellencomplex Zuidoost’, werd tot een half jaar veroordeeld en heeft nu een stadionverbod van dertig jaar.

Ze hadden het over de ‘hele nare ziekte’ die ADO-fans tegenstanders en homo’s toewensen. Alleen een lid van de Roze Reigers, de lhbti-afvaardiging van de Den Haag-supporters, liet zich minder romantisch uit over het geweld op de tribune. Hij herinnerde zich grote rellen in 1987. ‘Ik wilde wel weglopen, maar dat ging niet want er lagen overal gewonden op de grond. Er zijn mensen die sinds die dag niet meer naar het stadion gaan.’

Kregen we voor de hooligans door Ik durf het… meer begrip? Van veel reflectie was geen sprake. De een was verslaafd aan het vechten, de ander ging het om de adrenalinekick. En zonder uitzondering bárstten ze van de liefde voor hun cluppie.

Als kind heb ik ooit om onopgehelderde redenen met een vriendje de garagevloer van de buurman besmeurd met zakken vol kussenvulling, knijpers en spijkers. Hunkering naar pesterij en destructie was het. Zo zouden de hooligans ook best kunnen toegeven dat er ergens in hen een duivel schuilt. Maar de programmamakers hadden er ook eens naar kunnen vragen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next