Home

We bezitten geen mechanismen om blanco stemmen serieus te nemen, dát is onze blinde vlek

We moeten het nog even over Europa hebben. U weet wel, de op een na grootste democratische verkiezingen ter wereld. Want de oorverdovende politieke stilte in ons land rondom die verkiezingen was – laten we eerlijk zijn – ronduit beschamend.

Het is met Europa doorgaans net als met de kerk. De meesten van ons bezoeken het vooral op vakanties. Zo reisde ik zelf op verkiezingsdagen door Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk en kon ik daar zien hoe Europa zich manifesteerde. Maar ik trof nauwelijks posters, bijeenkomsten of enthousiasme. Ook verder in Italië, Slovenië of Kroatië waren nauwelijks ‘Europese’ tekenen.

Ik keek ongetwijfeld verkeerd en een oppervlakkige etnografische blik ziet nu dat Europa vooral voetbal is. Maar daarmee blijft democratie als geleefde praktijk, toch één van de meest vitale aspecten van een democratie volgens de Franse socioloog Alexis de Tocqueville, vooral afwezig. En dat is zorgelijk. Want zonder levende praktijk is democratie een dode letter.

Over de auteur
Mark van Ostaijen is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Dit schrijf ik vanuit Kroatië, het land met het laagste opkomstpercentage (21 procent) in de gehele EU. Navraag hier naar oorzaken komt neer op totale teleurstelling en ‘couldn’t care less’. Toch opmerkelijk voor ons meest recent toegetreden lidstaat en valutavriend. Daar zou je iets meer enthousiasme verwachten. Ook ons land blijft met een schamele 46 procent onder het Europees gemiddelde van 51 procent. Een gemiddelde dat kunstmatig werd verhoogd door stemplicht (Bulgarije, Griekenland, Luxemburg) en meervoudige verkiezingen (België).

Eerlijk is eerlijk, ik hecht doorgaans weinig belang aan de boekhoudkundige realiteit rondom verkiezingen. Want saai. Maar dit vraagt om een uitzondering. Want deze cijfers corresponderen met mijn etnografische beelden. Er lijkt hier namelijk meer af- dan aanwezig. Nu zijn stemmen en politieke participatie twee verschillende zaken en hoeven ze elkaar niet te beïnvloeden. Maar wanneer zowel bij het stemmen als bij participatie de afwezigheid de overhand neemt, dan worden zaken zorgwekkend. Bovendien kan politieke apathie resulteren in autoritarisme. Een vacuüm laat zich makkelijk vullen.

Aangezien het EU-opkomstpercentage al decennia onder of net boven de 50 procent schommelt, mogen we ons afvragen hoe legitiem de uitkomsten zijn. Meer specifiek lijkt me de vraag naar een ondergrens, opkomstminimum of uitkomstdrempel gerechtvaardigd. Want het lijkt evident dat volksvertegenwoordigers inadequaat een demos kunnen vertegenwoordigen wanneer de meerderheid zich niet laat representeren.

Maar bestuurders en politici hoeven nu nergens verantwoording af te leggen wanneer een meerderheid niet deelneemt. We bezitten geen mechanismen om non-respons of blanco stemmen serieus te nemen, terwijl er een serieus signaal vanuit gaat. Dat is een systeemfout en dé blinde vlek van ons representatieve politieke systeem. Onze democratie kent geen ondergrens. En dus blijven de ongehoorden ongehoord en dat is, tja, ongehoord.

Wellicht denkt u schouderophalend: ‘Dan moeten ze maar komen stemmen.’ Maar de consequentie van dergelijk systeemdenken is dat je vroeg of laat anti-systeemdenken laat kanaliseren richting volksmennende of autoritaire politiek. Populisme broeit veelal op systeemkritiek.

Onze huidige Nederlandse politici gaan ons niet helpen met campagnes ‘Vóór Europa’ (Groenlinks-PvdA, D66) enerzijds, of ‘Minder of géén EU’ (PVV, FvD) anderzijds. Dezelfde categorische retoriek zou op ieder ander niveau (‘Vóór gemeente Halderberge’, of ‘Minder Flevoland’) lachwekkend zijn.

Het is meer heilzaam om te zien dat ook dit Europese project past in een lange historische pendule tussen centralisme en regionalisme, zo toont ook het prachtige werk van socioloog Norbert Elias. Het is de paradox van en-en, van én regionalisering én centralisering. Want sterke centralisatie kan louter gedijen bij voldoende regionale sensitiviteit en vice versa.

Zodoende is het categorisch voor of tegen pleiten niet alleen ahistorisch, maar tegelijkertijd ontoereikend en infantiel. Het toont bovendien aan dat beide zijden het noodzakelijke gelijk van de ander ontkennen. Het ene wegzetten als populisme of het andere als elitarisme, zijn twee zijden van dezelfde goedkope en uiteindelijk waardeloze munt.

Beter zou het zijn om ons nu eens oprecht te interesseren in de meerderheden (zoals de Nederlandse 54 procent of de Finse en Poolse 60 procent) die afzijdig bleven bij deze categorische poppenkast. Zolang daar met een centralistisch schouderophalen aan voorbij wordt gegaan, organiseren we onze eigen Europese teleurstelling.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next