Home

De avondvierdaagse is gestoeld op twee principes: snoepinkoop en snoepconsumptie

Al na een paar minuten kijkt ze omhoog en vraagt ze: ‘Vind je het leuk, pap?’. We zijn net vertrokken uit een karakterloos winkelcentrum en lopen nu over een smal paadje dat naar een brug leidt en waar al duizenden voeten overheen moesten. ‘Heel leuk’, antwoord ik, niet helemaal naar waarheid. Als we de brug eindelijk over zijn, ritst ze haar tasje open en pakt er een bakje snoep uit.

De avondvierdaagse is, naast op wandelen, gestoeld op twee principes. Het eerste is dat je het aantal calorieën neemt dat je verbrandt met – afhankelijk aan welke variant je meedoet – 5 of 10 kilometer lopen, dat getal vermenigvuldigt met duizend en aan de hand van die uitkomst snoepgoed met de hoeveelheid calorieën in kwestie inkoopt. Het tweede principe is dat de kinderen vervolgens tijdens het lopen dat snoep opeten, ze naarmate de avond vordert steeds harder gaan schreeuwen en gillen en elkaar duwen en moe worden en geïrriteerd raken, om vervolgens ‘s avonds veel te laat naar bed te gaan, waardoor ze de volgende dag nog erg moe zijn en de volgende avond het feest van voor af aan begint.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Het is voor het eerst dat we hieraan meedoen. De oudste loopt verderop met haar vriendinnen en ik wandel met de jongste. Het is druk en luid, de lucht ruikt naar vers gemaaid gras en de hemel kleurt een dreigend grijs. We zetten kleine stappen en ze laat mijn hand alleen los als ze iets te snoepen wil pakken.

Aanvankelijk wilde ze niet meedoen aan de avondvierdaagse, dus schreven we haar niet in. Toen het echter zover was, wilde ze – beïnvloed door klasgenootjes en alle verhalen over snoep – alsnog meelopen. Dat kon, maar omdat ze niet was ingeschreven zou ze na afloop geen officiële medaille of certificaat krijgen.

Dus nu lopen we, hand in hand, door non-descripte nieuwbouwwijken en langs aangeharkte tuintjes, mee met de stoet, als twee verstekelingen. ‘Oh my God’, zegt ze als we langs een weiland komen, ‘ik zie een paard met een veulen.’

Al op de tweede avond krijgt ze last van haar voeten. Dat weerhoudt haar er niet van ook de derde en zelfs de vierde avond mee te doen. Die laatste avond vraagt ze vaak hoe ver het nog is, maar tillen hoef ik haar niet. Bij de finish klinkt harde muziek en staan ouders hun kinderen op te wachten met bloemen. Ze ziet hoe haar zus een medaille in ontvangst neemt en die trots aan ons toont. Thuis roep ik haar bij me en geef haar de medaille die we in de sportprijzenwinkel hebben laten maken. Avondvierdaagse 2024 staat erop, en haar naam. Stralend neemt ze hem in ontvangst. Dan omhelst ze me en legt haar hoofd tegen mijn buik.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next