Home

No fantasy: als we de Atlantische Oceaan stukmaken, moeten we op de blaren zitten

Zou het kunnen dat we stelselmatig onderschatten hoezeer we als mensheid zijn verstrengeld met de natuurlijke wereld? Die vraag speelde door mijn hoofd toen ik vorige week een onlinemasterclass volgde van de briljante fantasyschrijver N.K. Jemisin.

Een aantal van haar lessen ging over ‘worldbuilding’ oftewel: hoe je een denkbeeldige wereld schept waarin je fantasy- of sciencefictionverhaal zich zal afspelen, met eigen regels en eigenaardigheden. Magie, bijvoorbeeld, of superheftige aardbevingen of dat er lang geleden een vernietigende kernoorlog heeft plaatsgevonden.

Als je zo’n wereld bij elkaar gaat fantaseren, vertelde Jemisin, begin je met de planeet, de continenten en hoe ze eruitzien. Daar voeg je het klimaat aan toe. En dat klimaat beïnvloedt de ecosystemen en het weer, en daarmee eventuele rampen als stormen, overstromingen of droogten. Al deze zaken vormen de mensen die je gaat verzinnen, benadrukte ze: hoe ze leven, hun cultuur, hun overtuigingen, hun politieke systeem.

Dit geldt uiteraard ook in de echte wereld. Niet alleen zijn alle wezens op aarde geëvolueerd in samenzang met hun omgeving, maar veel dingen waar we best een beetje aan gehecht zijn geraakt – landbouw, wetenschap, boeken, filosofie, noem maar op – zijn ontstaan in het Holoceen, een vrij unieke geologische periode waarin het klimaat relatief stabiel was.

Over de auteur
Asha ten Broeke is wetenschapsjournalist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Met nadruk op ‘was’, want dat voorspelbare klimaat waarin we zo lekker tot bloei zijn gekomen, hebben we inmiddels zelf naar de knoppen geholpen. Wat de vraag oproept: wat zal dat doen met onze worldbuilding? Wat voor wereld zijn we aan het scheppen? En hoe zal dat ons als mensen beïnvloeden?

Laten we eens nadenken over de Amoc. Dit is een stroming in de Atlantische oceaan die koud en zout Noordpoolwater laat zinken, dan langs de tropen voert om op te warmen, en dat warme water naar de kust van Europa brengt, waar het ons een prettig klimaat geeft: niet te koud, niet te heet, niet te droog.

Wetenschappers vrezen dat dit aangename natuurverschijnsel er weleens mee zou kunnen stoppen. Door de opwarming van de aarde smelt er bij Groenland zo veel zoet water de zee in dat het hele zink-en-stroomgebeuren de geest kan geven. Misschien al tussen 2025 en 2095; de Amoc is nu al aan het vertragen. Als dat gebeurt, zijn we de sigaar, want volgens onderzoekers is er geen manier om dit te fiksen op ‘menselijke tijdschalen’. Als we de Atlantische Oceaan stukmaken, moeten we op de blaren zitten.

En die blaren zijn vrij formidabel. ‘Verwoestend’, is het woord dat diezelfde onderzoekers gebruiken. In Europa koelt het na de Amoc-exit flink af – in Nederland zo’n zeven tot acht graden. Dat is in een noodvaart: tussen de één en drie graden per tien jaar. (Ter vergelijking: door de klimaatcrisis stijgt de temperatuur elk decennium zo’n 0,2 graden en daar hebben we al een hele kluif aan.) Daarnaast wordt het hier een stuk droger en, ook geen detail, stijgt de zeespiegel met ongeveer een meter.

Wetenschappers gaan over de feiten. Aanpassen zal nauwelijks mogelijk zijn, denken ze. En: het zal het einde betekenen van de huidige landbouw in Noordwest-Europa. Schrijvers mogen hun fantasie gebruiken en deze twee dingen bij elkaar optellen tot de logische slotsom: hongersnood.

En dan? Onze regering – die sinds het onderlopen van grote delen van Zuid-Holland in Maastricht zetelt – heeft een tijdje koortsachtig met landen in het mondiale Zuiden onderhandeld over voedselhulp. Tevergeefs, want het zuidelijk halfrond is door het stilvallen van de Amoc juist warmer geworden, ook met rampzalige gevolgen. De meeste landen die nog voedselzekerheid kenden, sloten hun grenzen omdat er daar geen politiek draagvlak meer was voor ‘ontregelende migratiestromen van boreale gelukszoekers’. Nadat het leger de laatste voedselreserves had gekaapt en voor zichzelf had gehouden, was de macht van de staat snel afgenomen. De samenleving splitste zich in de Vreedzamen en de Krijgers; de eerste groep probeert er het beste van te maken, de tweede rooft wat ze nodig heeft. Zoiets.

Het zou ook anders kunnen gaan.

Als we zelf tot het uiterste beproefd worden, als onze wereld zich onomkeerbaar en verpletterend tegen ons keert, wat voor mensen zouden wij dan zijn? En wat voor mensen zijn we nu, als we niet alles doen om dit te voorkomen?

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next