Vorige week heeft de Hoge Raad zich uitgesproken over de vermogensheffing in box 3. Die moet gebaseerd zijn op feitelijk rendement.
Eind 2021 oordeelde de hoogste rechter al dat het niet deugt om belastingplichtigen aan te slaan voor een gemiddeld rendement. Er gaat nu dus een streep door de tussenoplossing die de Belastingdienst daarom had verzonnen, omdat het pas in 2027 het werkelijke rendement kan belasten.
Wat moet je nu doen als je belastbaar vermogen hebt? Allereerst: rustig deze column lezen.
De gewraakte tussenoplossing was een apart gemiddelde voor bank- en spaartegoeden (0,92 procent in 2023) en overige bezittingen (6,17 procent in 2023). Het fictieve percentage voor bank- en spaartegoeden benadert volgens de Hoge Raad wel het werkelijk behaalde rendement, maar het percentage voor de overige bezittingen niet. Betekent dat dat je geen herziening kunt aanvragen van de vermogensheffing als je alleen bank- en spaartegoeden had?
Over de auteur
Reinout van der Heijden is hoofdredacteur van de Geldgids.
Zelf een vraag? Geldvraag@volkskrant.nl
Nee, want de Hoge Raad zegt ook: het Europese recht is geschonden als er een verschil is tussen het fictieve en het werkelijke rendement. ‘Het maakt niet uit hoe groot het verschil is.’ Kortom: als je in 2023 minder dan 0,92 procent rendement haalde over bank- en spaartegoeden, kun je toch een herziening vragen. Voor 2021 en 2022 geldt dat niet: toen was het fictieve rendement nihil.
Wat zo’n herziening oplevert, kan vies tegenvallen. De Hoge Raad vindt dat bij de herberekening van de vermogensheffing op basis van het werkelijke rendement de vrijstelling in box 3 buiten beschouwing blijft. Die vrijstelling bedraagt 57.000 euro, en voor fiscale partners het dubbele.
Een rekenvoorbeeld: een echtpaar had 250.000 euro op de gezamenlijke bank- en spaarrekeningen staan op 1 januari 2023. Bij een fictief rendement van 0,92 procent levert dat 2.300 euro op. Na aftrek van 114.000 euro aan vrijstellingen resteert 1.250 euro belastbaar vermogen. Tegen 32 procent belasting is dat 400 euro.
In de praktijk heeft het echtpaar minder rendement gehaald, want het geld stond deels op een bankrekening en is in de loop van 2023 deels gebruikt voor een verbouwing. Hun werkelijke rendement was 0,5 procent. Dat is 1.250 euro, dus na herberekening is de aanslag even hoog.
Wie alleen bank- en spaartegoeden heeft, krijgt dit jaar een definitieve aanslag. Je moet dan binnen zes weken na de aanslag bezwaar maken. Heb je een fiscaal partner, dan moet die ook bezwaar maken.
Denk goed na voordat u in actie komt, zeker als u van plan bent een belastingadviseur in te schakelen om deze klus te klaren. Als er al een voordeel te behalen valt, bent u dat dubbel en dwars kwijt aan de rekening van deze adviseur. U zadelt de Belastingdienst bovendien op met extra werk.
Steek uw energie liever in het verplaatsen van uw spaargeld naar een bank die meer rente geeft. De Belastingdienst kan pas vanaf 2027 het werkelijke rendement belasten. Slim sparen levert de komende jaren mogelijk onbelast rendement op.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns