De Nederlandse atletiekploeg heeft in Rome het succesvolste EK ooit beleefd. De Oranje-atleten veroverden gezamenlijk twaalf medailles, waarmee het vorige record van acht plakken uit 1938, 1950 en 2018 ruimschoots is gebroken.
Het is een prettige conclusie anderhalve maand voor de Olympische Spelen. De Nederlandse atletiekploeg, waarvan veel verwacht wordt in Parijs, staat er op basis van de Europese kampioenschappen prima voor. Zeker omdat het toernooi in Rome voor de toppers geen groot piekmoment was.
"We wisten dat we een grote kans hadden om hier het succesvolste EK ooit van te maken van te maken voor Nederland", zegt technisch directeur Vincent Kortbeek. "Maar je moet het nog wel even doen. En we hadden het record zelfs al op de voorlaatste dag binnen. Dat is heel mooi, net als dat het fijn is dat er een paar positieve verrassingen bij zaten."
Het is geen verrassing dat Femke Bol de Nederlandse ploeg aanvoerde met twee keer goud (400 meter horden en 4x400 meter voor vrouwen) en één keer brons (4x400 meter voor gemengde teams). Lieke Klaver gaat ook met drie medailles naar huis, want zij zat net als Bol in de twee estafetteploegen én pakte brons op de 400 meter.
In totaal veroverden de Oranje-atleten drie keer goud, want Jessica Schilder was op de openingsdag de beste bij het kogelstoten. Jorinde van Klinken pakte op dat onderdeel zilver, waarna ze een dag later bij het discuswerpen ook tweede werd.
De grootste surprises waren de bronzen medaille van routinier Liemarvin Bonevacia op de 400 meter en het zilver van Diane van Es op de 10 kilometer. De 35-jarige Bonevacia worstelde de afgelopen maanden met zichzelf, terwijl de tien jaar jongere Van Es bij de senioren nog niet eerder in de buurt was gekomen van een podiumplek.
Cathelijn Peeters (brons op de 400 meter horden) mocht haar eerste individuele medaille op een groot toernooi vieren. En woensdag op de slotdag eindigde Nederland in stijl met zilver (mannen) en brons (vrouwen) op de 4x100 meter-estafette. Het leverde de zesde plek op de medaillespiegel op.
Het is niet makkelijk om die prestatie te vertalen naar de Olympische Spelen, waar de Oranje-atleten tussen 1 en 11 augustus flink willen scoren. In Tokio waren er acht medailles, een record voor Nederland. Maar ook in Parijs zal op veel nummers de grootste concurrentie niet uit Europese landen komen.
"Het is natuurlijk niet zo dat als je hier bij de EK op het podium staat, dat je dat bij de Spelen ook even doet", zegt Kortbeek. "Tegelijkertijd weten we ook dat dit toernooi voor veel van onze atleten een tussenstap naar Parijs was. Ze moesten hier nog niet in topvorm zijn."
De grootste teleurstelling in Rome was de 4x400 meter voor mannen. Drie jaar geleden won die ploeg nog olympisch zilver in Tokio, maar nu kwamen ze niet door de series bij de EK. Daardoor is het zeker dat de Oranjemannen deze zomer niet mogen meedoen aan de Spelen.
"Dat is keihard", zegt Kortbeek. "We weten dat we in Parijs met een heel goed team hadden kunnen staan. Een team dat in topvorm zeker had kunnen strijden om een finaleplek, en misschien wel om meer. Maar de simpele feiten zijn dat we niet goed genoeg zijn geweest het afgelopen jaar."
Source: Nu.nl sport