Home

Wow, waterijs op vulkanen op Mars! Maar, eh, wat wisten we ook alweer over het water op de rode planeet?

Boven op de grootste vulkanen op onze buurplaneet Mars zitten in de winter ijskappen. Met dat ‘onverwachte’ nieuws pakten wetenschappers deze week uit in het vakblad Nature Geoscience en het ging meteen de wereld rond.

Dat komt, denk ik, door twee dingen. Allereerst door het smakelijke mysterie dat áchter dit soort resultaten schuilt. Ooit, zo vermoeden wetenschappers, was Mars geen dorre, rode woestijnplaneet maar een blauwe oase vol oceanen. Een plek waarop mogelijk leven ontstond: kleine eencellige wezentjes waarvan Marswagens zoals Nasa’s Perseverence in het hier en nu de levenloze restanten uit de okerrode bodem hopen te pulken.

Over de auteur
George van Hal is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart.

Maar misschien nog wel belangrijker is dat ik – en dit geldt vermoedelijk voor meer mensen – alweer vergeten was wat we allemaal al wisten over het water op de rode planeet. Op de poolkappen van Mars zit bijvoorbeeld zo veel ijs (meer dan 5 miljoen kubieke kilometer) dat je daarmee het gehele oppervlakte van de planeet zou kunnen bedekken met een laag van 35 meter dik.

Dat maakt de ontdekking van waterijs op Martiaanse vulkaantoppen natuurlijk niet minder relevant. Het onthult iets over het transport van water over de rode planeet. Maar dat kleine stapje in onze kennis is natuurlijk niet wat ervoor zorgt dat dit nieuws de wereld over gaat.

Ziedaar een euvel dat de wetenschap, waar kleine, complexe stapjes de norm zijn, wel vaker parten speelt: de mysterieën zijn veel spannender dan de antwoorden.

Neem het mysterie van de snelle radioflitsers: onbekende signalen uit het heelal, waarvan een deel zich lijkt te herhalen. Dát is spannend. ‘Zijn het misschien aliens?’, denkt het deel van mijn brein dat ik in beleefd gezelschap het liefst de mond snoer bijvoorbeeld al snel.

Maar het antwoord waar wetenschappers naartoe werken, is straks waarschijnlijk aanzienlijk saaier. Afgelopen week beschreven astronomen in het vakblad The Astrophysical Journal bijvoorbeeld dat de signalen van herhalende en niet-herhalende flitsers veel op elkaar lijken – weer zo’n klein stapje. Het meest waarschijnlijk is dan ook dat al het geflits afkomstig is van dingen die we allang kennen. Van ontploffende sterren, bijvoorbeeld, of van botsingen tussen zwarte gaten en neutronensterren.

Nog een voorbeeld dan: het mysterie van de zonnewind die op aarde satellieten kan platleggen. Niemand wist hoe die ontstond – spannend! Maar het voorlopige antwoord blijkt, eh… iets ingewikkelds met gedraaide magneetvelden. Sorry, moeilijk om in één zin samen te vatten, nog lastiger om te onthouden.

En toch, tóch, geeft het idee dat zulke antwoorden stukje bij beetje beschikbaar worden me een gevoel van orde en rust, nog los van het nut dat dit soort fundamentele kennis op termijn overigens vaak blijkt te hebben. De kleine stapjes naar een antwoord wekken bewondering op voor de meest fijnmazige nuances van de werking van de werkelijkheid. Zelfs als je bij de volgende ontdekking van water op Mars allang weer bent vergeten wat we tot dan toe eigenlijk allemaal al wisten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next