Een vrouw achter me op de publieke tribune geniet van het Vragenuur dat zich voor haar ogen voltrekt. ‘Ik vind dat het er wel echt sassy aan toegaat hoor’, zegt ze enthousiast tegen haar vriendin.
De toespelingen op de aflopende zaak waar het kabinet in zit, zijn deze dinsdag weer niet van de lucht, vooral nu net bekend is dat het nieuwe kabinet rond is. Voorzitter Martin Bosma (PVV) verwelkomt staatssecretaris van Defensie Christophe van der Maat (VVD) met: ‘Wat fijn dat u hier bent in uw blessuretijd.’ Even later, bij een vraag over wat Jimmy Dijk (SP) samenvat als ‘de hele box-3-rambam’, noemt staatssecretaris van Financiën Marnix van Rij (CDA) zichzelf ‘een demissionair staatssecretaris in his dying days.’ ‘Nou, en die herrijst in Washington!’, roept een Kamerlid ironisch uit de zaal, doelend op zijn reeds klaarliggende volgende baan bij het IMF.
Maar goed, terug naar de vragen: de eerste vraag komt van Gijs Tuinman (BBB) die zijn vraag begint met de zin ‘Leave no man behind’ en eindigt met ‘Militairen laten nooit iemand achter’. Tuinman, zelf militair, heeft de commandant der strijdkrachten, generaal Onno Eichelsheim, in Buitenhof horen zeggen dat Israël buitenproportioneel geweld heeft gebruikt bij het bevrijden van vier gegijzelden. Daar maakt Tuinman zich zorgen over, omdat, volgens hem, pro-Iran en pro-Hamasmedia zo’n uitspraak in hun voordeel zouden kunnen gebruiken.
Aaf Brandt Corstius doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.
Maar staatssecretaris Van der Maat staat ‘pal achter’ de commandant der strijdkrachten – al zegt hij er wel steeds bij dat die zijn uitspraken ‘in zijn onafhankelijke rol’ doet.
Vervolgens gaat het heel lang door over wat een commandant der strijdkrachten eigenlijk allemaal mag zeggen in Buitenhof. Daar zijn de meningen nogal over verdeeld.
André Flach van de SGP vindt dat je ‘eerst goed op de hoogte van de feiten moet zijn en niet op zondagochtend in een programma je mening klaar hebt vanuit het veilige Nederland’. Laurens Dassen (Volt) vindt dat je over de hoogste militair niet mag beweren ‘dat hij op een zondagochtend even is opgestaan en in een programma wat is gaan roepen’. Kati Piri (GL-PvdA) zegt dat ze de uitzending van Buitenhof ‘heel goed’ vond, en dat de vier coalitiepartijen bezig zijn met een ‘echt schadelijke operatie’ jegens Nederlands hoogste militair.
Waarop de staatssecretaris de boel sust met: ‘Al onze militairen raken niet zo snel van de leg. Dat zijn kanjers.’
De vraag over de box-3-rambam slaan we even over, om u zinnen te besparen als ‘Analoog redenerend mag je het verlies in een verliessituatie aftrekken met een carry forward.’
Door naar de laatste vraag, die gaat over het opendeurenbeleid in verpleeghuizen. Het probleem met het opendeurenbeleid is, zegt Elke Slagt-Tichelman (GL-PvdA): ‘In veel verpleeghuizen zijn de deuren nog steeds dicht.’
Minister Conny Helder zegt dat het haar ‘vurige wens’ is om meer open deuren te hebben zodat ouderen zich vrijer voelen. ‘Maar je moet goed kijken naar de risico’s’, zegt ze, en naar de ‘gebouwelijke mogelijkheden’. Gebouwelijke mogelijkheden, wat zijn dat dan? Je moet bijvoorbeeld analyseren, adviseert Helder, of een verpleeghuis naast een snelweg staat alvorens je de deuren openzet.
Verstandig.
Concluderend: ‘Je moet verpleeghuizen stimuleren om op een goeie manier de deuren open te zetten.’
En je kunt ook andere dingen doen om bijvoorbeeld een bejaarde met dementie in veiligheid vrij te laten rondlopen. Hier komt Helder moet een oplossing van een praktischheid die je in de Tweede Kamer zelden tegenkomt. ‘Dat kan al simpel, met een gps-sensor die je bij de Kruidvat koopt’, zegt ze opgeruimd, alsof ze al jaren elke loslopende bejaarde in haar omgeving aan een Kruidvatsensor koppelt.
Fleur Agema (PVV), die normaal gesproken erg strijdbaar is over alles wat ouderenzorg aangaat, komt naar de interruptiemicrofoon met een jolige persoonlijke anekdote. Er waren kort geleden bouwvakkers bezig in haar huis, vertelt ze, en die hadden de deur open laten staan. ‘Toen stond er ineens een kwieke oude meneer in ons huis, die zei: ik woon hier! Dat vonden we in de buurt allemaal erg geestig’, aldus Agema.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns