Tijdens de kerstdagen van 2000, ik woonde in het vredige Roombeek, doorploegde ik Ian Kershaws tweedelige Hitlerbiografie. Goede investering, nu onze eigen jaren dertig op stoom zijn. Wat er te lezen viel ervoer ik als omgekeerde sciencefiction; allemaal echt gebeurd, maar nauwelijks te geloven, laat staan dat ik geloofd had dat mijn complete woonwijk binnenkort ging ontploffen. Pardon, dat de nieuwe fascisten zich al warmliepen.
Deed ook niemand, destijds, mocht nog niet, mensen vergelijken met Hitler, een taboe dat er inmiddels wel af lijkt. (Alleen Martin Bosma blijft waakzaam voor de reductio ad Hitlerum.) (Terwijl die Godwin misschien zelf een fascist was, haha.)
Wacht, ik pak die Kershaws er even bij, tweeduizend pagina’s over hoe het uit de klauwen kan lopen. (Op de ruggen staat in koeieletters HITLER, dat je niet denkt dat je de biografie van Ghandi gaat zitten lezen. Ik had een keer een Duitse filmploeg over de vloer, die mij posteerde voor mijn boekenkast, toen ze merkten dat ze werden aangegaapt door die twee HITLER’s. Die hebben ze toen omgedraaid, bladzijden naar de camera. Vonden ze gezelliger, denk ik.)
We zitten in het nieuwe 1939, ongeveer. Qua Oekraïne zijn we al verder. Ook zijn er tegenwoordig meer Hitler-achtigen actief dan toen. Ik denk niet dat je Trump, Orbán en Meloni Poetins macht moet geven, dan zijn de rapen snel gaar. Maar wie Kershaw over de jonge Hitler leest, begrijpt dat er momenteel honderden van rondlopen. Mensen vergeten wel eens dat Hitler ook een baby is geweest, ook uw baby lijkt sprekend op Hitler, grapje, ik bedoel de Hitler uit pak hem beet 1922. Penseel en palet hingen in de wilgen, lage middelmaat, zijn werkelijke talent, joden vergassen, moest hij nog ontdekken. Voorlopig wilde Hitler Trommler und Sammler zijn, een ‘agitator die weet hoe hij de massa bijeen kan brengen’. In 1922 zag hij het als zijn ‘taak de dictator, als hij komt, een volk te geven dat klaar voor hem is!’
Barst het tegenwoordig van, jonge Hitlers. Ze trommelen op ‘de socials’, het zijn de Tates, de Vlaardingerbroeks, de Duks. (Ja mensen, het is allemaal en-en, het is zowel 1940 als 1922, de geschiedenis is van de leg, de hordes stijgen, de fakkels smelten.)
Zo’n fanatiek trommelaartje dat zich een slag in de rondte roffelt, is Harry Vermeegen, de voormalige voetbalregenjas en glazenwasser. Ik kijk mijn ogen uit, joh. Je gelooft het niet. Als een algoritmisch lagedrukgebied hangt hij boven mijn YouTube, waai verdomme over, denk ik, maar in plaats daarvan bekijk ik geregeld zijn tirades over de Nederlandse politiek.
Wat doet die Vermeegen, vanaf zijn balkon ergens in een zonnig buitenland, Algarve denk ik, Florida kan ook, Braunau-sur-Mer, buldert hij zijn ‘vrienden’ op hoge toon toe, oogjes klein van xenofobie en klimaatontkenning, dat het eindelijk zover is, eindelijk krijgt het volk wat het nodig heeft, WILDERS. Laatst was Vermeegen even in Nederland, en wat hij miste: spruitjeslucht. Rook het niet meer naar. Gaat WILDERS iets aan doen. Jahaa, vrienden. JAJA.
‘Het gaat gebeuren, JAAA, HAHA, JAAA HOOR, hij komt, hij gaat het doen, die Geert hee, JAA. JAA. Want we zijn er klaar mee, Ter Apel, migratie, stelen, kakken, overlast. Ja. Jahaa. JAJA. Wat een zooitje. Knulletje Klaver, de Groengoeroe, Wilders gaat ze HELEMAAL afmaken. JAHAA! Ja. Kereltje Dassen met z’n zeteltje. Gezien? Weggevaagd, Wilders verpulvert die linkse deugneuzen, weg ermee! JA! JAHAA! Met die deugneuzerij van jullie, met je klimaatonzin. Wegwezen! Die Van der Burg met z’n traantjes en zijn spreidingswet, KOM OP.
Iedere dag. Trommelen. Op dat orgastische Vermeegentoontje waarmee hij vroeger Romário en Ronaldo toesprak. Jij gaat scoren, Romário! JAHAA. JA! Wil je een poffertje?
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns