Home

Europa heeft een eigen industriebeleid nodig

Op de G7-top vorige week aan het Italiaanse Lago Maggiore, waren de ministers van Financiën eensgezind in hun kritiek op China. In het communiqué waarmee de top werd afgesloten, stond een onverholen dreigement aan het adres van China: ‘We zullen de potentiële negatieve gevolgen van overcapaciteit blijven monitoren en overwegen stappen te ondernemen om een ​​gelijk speelveld te garanderen.’

China streeft er expliciet naar om het Westen van zich afhankelijk te maken, door alle onderdelen van de bevoorradingsketens in groene en hoogwaardige technologieën te beheersen, en de toegang tot de daarvoor benodigde hulpbronnen veilig te stellen. China is al een eind op weg. Europa is voor 98 procent van de vraag naar zeldzame aardmetalen afhankelijk van China, het land levert 80 procent van alle zonnepanelen en Oost-Azië produceert meer dan 70 procent van alle halfgeleider chips ter wereld.

De Verenigde Staten zitten ondertussen ook niet stil. Onder president Joe Biden heeft het Amerikaanse Congres ingestemd met de Inflation Reduction Act. Die voorziet in honderden miljarden dollars aan investeringen in, en subsidies voor, de binnenlandse productie van elektrische auto’s, windmolens en waterstof. En dankzij de Chips Act van 2020 liggen de VS nu op koers om alleen al dit jaar meer te investeren in de bouw van elektronicafabrieken dan ze in de 24 jaar voor de invoering van de Chips Act hebben gedaan.

Over de auteur
Heleen Mees is columnist van de Volkskrant. Eerder promoveerde ze op de Chinese economische groei. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Terwijl de Europese Unie voor de leverantie van goedkoop gas afhankelijk was van Rusland, voor haar verdediging van de Verenigde Staten en voor vrijwel alle andere noden van China, concurreerden de Europese lidstaten vooral met elkaar voor belastingvoordelen en lage loonkosten. Zelfs in sectoren waar de Europese landen gemeenschappelijke belangen hebben, zoals defensie en energie, beconcurreren ze elkaar – zie bijvoorbeeld de opdracht voor de bouw van vier nieuwe onderzeeboten van het ministerie van Defensie.

Als alle landen zich aan de regels van de liberale wereldorde waren blijven houden, zou Europa zich haar decadente levensstijl kunnen blijven veroorloven. Maar nu China en Rusland een einde willen aan de liberale wereldorde, en de VS de regels van de Wereldhandelsorganisatie ijskoud aan hun laars lappen, dreigt Europa vermalen te worden tussen de twee grootmachten. Zoals Warren Buffet ooit zei: als het eb wordt, zie je wie er naakt zwemt.

President Biden heeft twee weken geleden een importheffing van 100 procent op Chinese elektrische auto’s afgekondigd. De regering-Biden wil de ontluikende groene industrie in de Verenigde Staten, waarin ze nu volop investeert, beschermen tegen valse concurrentie. De EU is voorzichtiger en is slechts een onderzoek begonnen naar subsidies op geïmporteerde Chinese elektrische auto’s. Met name Duitse autofabrikanten zijn bang om China tegen de haren in te strijken, omdat ze nog steeds veel auto’s in China verkopen, hoewel hun marktaandeel snel afneemt.

Maar volgens Goldman Sachs heeft China de capaciteit om ruim 48 miljoen auto’s per jaar te produceren, hoewel er dit jaar naar verwachting maar 27 miljoen van de band zullen rollen. Daarvan zijn er bijna 22 miljoen bestemd voor de Chinese markt en 5,3 miljoen voor de export. Als China zijn volledige productiecapaciteit zou benutten, zou het de Amerikaanse automarkt (17 miljoen auto’s per jaar) en een groot deel van de Europese markt (14 miljoen auto’s per jaar) kunnen verpletteren.

Peter de Waard betoogde vorige maand in zijn column dat Europa de deur wagenwijd open moet zetten voor Chinese elektrische auto’s, omdat dat goed is voor het milieu. Maar de recente geschiedenis laat zien dat zo’n stap niet alleen tot de-industrialisatie leidt, met alle akelige sociale gevolgen van dien. Belangrijker is dat zo’n stap tot verlies van technologische kennis in een strategische sector zou leiden, zoals ook is gebeurd in de chipsindustrie. Daar hebben de Verenigde Staten en Europa nu de grootste moeite om de achterstand in te halen.

Europa heeft juist een eigen industriebeleid nodig. Dat betekent dat ze moet gaan bepalen wat de strategische sectoren zijn, bijvoorbeeld de groene industrie, de chipsector, digitale platforms en defensie. Dat zijn sectoren waarin ze moet investeren en beschermen tegen buitenlandse actoren. China heeft het zelf ook op die manier gedaan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next