Dertig jaar na het einde van de apartheid keert Bram Vermeulen, voormalig correspondent in het land, terug naar Zuid-Afrika. Nieuwsgierig naar hoe het de Afrikaners vergaat: de witte minderheid die het sinds Mandela’s democratische Regenboognatie niet langer voor het zeggen heeft. Geen minderheid die per se medelijden verdient. Ze heeft het, zoals blijkt uit Vermeulens reportage voor Frontlinie maandag (in het weekeinde al op NPO Start), in de meeste opzichten stukken beter voor elkaar dan de zwarte bevolking. De economische apartheid is nog verre van uitgeroeid.
Schokkend om te zien dat – een deel van – de bevoorrechte witte bevolking nauwelijks verholen terugverlangt naar de dagen waarin miljoenen zwarte stedelingen naar onvruchtbare buitengebieden werden gedeporteerd. Niet dichter dan 500 meter van ‘blanken’ mochten wonen. Niet met witten mochten trouwen en niet naar dezelfde scholen gaan. Misselijkmakend zoals een van de militante ‘Boeren’, de rechts-radicale blogger Willem Petzer – gewapend met een mes en pepperspray om zich de denkbeeldige wilden van het lijf te houden – de armoede in een krottenwijk wijdt aan de zwarte bewoners zelf: ‘Ze krijgen alles door de staat in de schoot geworpen.’
Je denkt: laten dergelijke racistische fossielen zich verschansen in het all white reservaat Orania, waar de bewoners dromen van frontsoldaten van de apartheid Verwoerd en Vorster. ‘Daarbuiten is er iets tussen de rassen, wij maken elkaar hier niet dood’, zegt een van de witte Oranianen. Maar zij behoort helaas niet tot een kwijnende groep. Sinds de opkomst van extreemrechts in de Verenigde Staten en Europa hebben de witte Afrikaners de wind in de zeilen. De naam die in dit verband veelvuldig waarderend valt: PVV’er Martin Bosma, auteur van het boek Minderheid in eigen land en voorzitter van de Tweede Kamer, met poëzie als dekmantel.
Bosma werpt zich als Kamerlid op als sympathisant van de witte minderheid, wier cultuur en voortbestaan zouden worden bedreigd door de Regenboognatie: sinds het einde van de apartheid zijn 2.900 boeren vermoord. Een organisatie in Zuid-Afrika heeft voor ieder van hen bij Pretoria een kruis opgericht: er is een woud gegroeid naast de snelweg. Gruwelijk geweld, maar waarom, vroeg Vermeulen aan een van de ‘witkruis’-aanhangers, niet ook een kruis voor ieder van de overige 25 duizend Zuid-Afrikanen die zijn vermoord? Het antwoord: ‘Het gaat om protestants-christelijk, wit en Boer zijn.’ Zo veel kruisen, dat zou het landschap maar overwoekeren.
Blogger Petzer betuigt bij een rechtszaak steun aan een witte Boer die terechtstaat voor geweldpleging – eerder werd die veroordeeld voor moord op twee zwarten. Petzer vertelt Vermeulen onderweg dat hij misschien in Nederland gaat studeren. ‘Ik wil graag Geert Wilders ontmoeten. En ik kan bij Bosma thuis verblijven. Fijn om deze mensen beter te leren kennen.’
Bosma profileert zich als een neutrale Kamervoorzitter. Wat ik nog niet wist: hij is ook heel gastvrij.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns