Home

'Ducati hakt knoop door: Martín naast Bagnaia in fabrieksteam in 2025'

Na de aankondiging van de contractverlenging van Francesco Bagnaia heeft het fabrieksteam van Ducati nog één plekje over. Enea Bastianini bezet die plek momenteel en is ook een van de kanshebber, al zijn Marc Márquez en Jorge Martín de grote favorieten. Ducati heeft in Catalonië nog aangekondigd dat er tijdens de Grand Prix van Italië geen aankondiging komt over de identiteit van de tweede fabrieksrijder, maar La Gazzetta dello Sport meldt nu dat de knoop al is doorgehakt: huidige WK-leider Martín mag zich volgend jaar opmaken voor promotie, zo meldt de Italiaanse krant. Een officiële bevestiging vanuit Ducati is er overigens nog niet.

Martín was in 2022 al dicht bij promotie naar het fabrieksteam van Ducati met het oog op het MotoGP-seizoen 2023. Destijds ging de voorkeur echter uit naar de beter presterende Bastianini, die in zijn anderhalve seizoen bij de hoofdmacht - mede door blessureleed - niet geweldig uit de verf is gekomen. Sinds zijn komst naar Gresini Racing was ook Márquez een voorname kandidaat om het plekje naast Bagnaia in te nemen, vooral doordat de zesvoudig MotoGP-kampioen zich relatief snel wist aan te passen op de Ducati GP23. Tegelijkertijd kan Ducati ook niet om Martín heen, die na de eerste zes raceweekenden van het huidige seizoen met bijna veertig punten voorsprong aan kop gaat in de titelstrijd.

Als de promotie naar het fabrieksteam in kannen en kruiken is, dan is Ducati erin geslaagd om Martín voor de nabije toekomst te behouden. De Spanjaard wist al dat hij bezig was aan zijn laatste jaar bij huidige werkgever Pramac en stelde zelf al naar een andere fabrikant te vertrekken als Ducati hem geen plek in het fabrieksteam aanbood. Naar verluidt had in ieder geval KTM interesse in Martín. Bovendien zet het de seinen op groen voor Márquez om naar Pramac over te stappen, waar hij dan ook over een fabrieksmotor kan beschikken. Het zou Pramac bovendien kunnen verleiden om de optie in het contract met Ducati te lichten en tot en met 2026 met de fabrieksmotoren te blijven racen.

Mocht Márquez inderdaad naar de Italiaanse renstal van Paolo Campinoti verkassen, dan moet hij hoogstwaarschijnlijk genoegen nemen met een lager salaris. Als Pramac-rijder komt hij direct bij de fabrikant onder contract te staan, maar het merk heeft slechts ruimte voor twee hoge salarissen - die voor Martín en Bagnaia zijn. Márquez zou echter genoegen kunnen nemen met een lager honorarium, omdat hij zijn persoonlijke sponsordeals kan behouden. Bij een overstap naar het fabrieksteam had dat door diverse botsende belangen waarschijnlijk niet gekund.

Source: Motorsport

Previous

Next