Home

Moet zelfs een goed functionerend innovatiefonds sneuvelen?

Ook het Nationaal Groeifonds, het zogenoemde Wopke-Wiebesfonds, is gestorven in schoonheid. Het zal onder het nieuwe kabinet-Schoof I worden opgeheven, nadat er al geld uit was gehaald voor andere doelen dan de bedoeling was.

Dat is het nadeel van een democratie. Een stabiel investerings- en vestigingsklimaat is onmogelijk geworden door de toegenomen grilligheid van kiezers. Meestal blazen de nieuwe bestuurders de plannen van hun voorgangers af, waarna ze zelf een nieuwe kerstboom gaan optuigen. Verkiezingen zijn er over vier jaar, dus plannen die pas over twintig jaar vruchten zullen afwerpen, zijn paarlen voor de zwijnen – of het nu de Structuurnota, het sleutelgebiedenbeleid of het topsectorenbeleid was.

Tijdens de coronacrisis lanceerden de minister Wopke Hoekstra van Financiën en minister Eric Wiebes van Economische Zaken een plan om het ‘verdienvermogen van de Nederlandse economie op lange termijn’ veilig te stellen. Ze keken daarbij naar Frankrijk en Duitsland, maar zeker ook naar Aziatische landen waar de verre toekomst niet meteen in de waan van de dag verdwijnt.

Er kwam 20 miljard euro beschikbaar voor innovatie, verduurzaming plus verbetering van de infrastructuur. Maar Wopke en Wiebes zijn allang weg, en hun fonds wordt na drie uitdeelrondes begraven. De laatste twaalf maanden van Rutte IV werd het Nationaal Groeifonds al het politiek graaifonds genoemd, omdat ieder ministerie er een greep in wilde doen om tekorten op de eigen begroting weg te werken.

Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Deze week kwam de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) met een evaluatie van het fonds. Daarbij werd gezegd dat het in grote haast in elkaar was gezet, maar dat het een goede organisatie is gebleken. De adviescommissie – de tien deskundigen die de projecten mochten aanwijzen, onder wie hoogleraren, kopstukken uit het bedrijfsleven als Peter Wennink (ASML) en Feike Sijbesma (ex-DSM), en zelfs een prins (Constantijn van Oranje) – krijgt zelfs opmerkelijk veel lof. Die hebben ervoor gezorgd dat geen projecten dankzij politiek handjeklap werden bevoordeeld, zoals in het verleden het geval was met de Betuwelijn van het Fonds Economische Structuurversterking (FES).

Pikant is dat het Groeifonds voortkwam uit een plannetje van Hoekstra om 100 miljard euro te lenen – in die tijd was de rente negatief – het geld in aandelen te steken en met de beleggingsopbrengsten de Nederlandse economie naar een hoger plan te tillen. Een dergelijke vorm van speculeren door de overheid leek vooral de ambtenaren echter ongepast. Maar er kon wel 20 miljard worden vrijgemaakt voor een groeifonds onder leiding van een onafhankelijke adviescommissie dat rechtstreeks plannen financierde, zoals de verdubbeling van het spoor tussen Schiedam en Delft, de kwantumcomputer, de ontwikkeling van fotonische chips, het doortrekken van de Amsterdamse Noord-Zuidlijn naar Schiphol en de Einstein-telescoop. Maar er kon ook geïnvesteerd worden in betere schoolgebouwen voor een leven lang leren en de ontwikkeling van een zelfrijdend ov-systeem.

Het waren goede plannen die kritisch werden beoordeeld. Maar wat een leven lang leren en de Einstein-telescoop ons in 2040 op zullen leveren, is op dit moment niet te berekenen. Laat staan electoraal te verzilveren. Daarom wordt het kind met het badwater weggegooid.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next