Er was vorige week een interessante bijeenkomst over thuiszitters en thuisonderwijs in de Tweede Kamer, en maandag een over passend onderwijs in het Amsterdamse debatcentrum de Balie. Een zaak die nog weinig besproken wordt in dit debat, is het rigide en soms harde klimaat dat heerst op scholen voor speciaal onderwijs, speciaal bedoeld voor kinderen met autisme en een verstandelijke beperking. Op basis van mijn eigen ervaringen meen ik dat ook deze aanpak ter discussie mag staan, en inzicht geeft in waarom sommige kinderen hier uitvallen.
Vooropgesteld: mijn zoon ging naar een basisschool voor speciaal onderwijs waar de medewerkers met hart en ziel werken om kinderen met een beperking een optimale ontwikkeling te geven. Maar er werd ook geregeld vrij hard fysiek ingegrepen bij jonge kinderen met autisme die een paniekaanval hadden, vanaf groep 3. Als ouder zet je ook een paraaf dat je akkoord gaat met fysieke interventie. Want, zo wordt het gebracht, dit kan niet anders bij kinderen met autisme en een verstandelijke beperking.
Over de auteur
Harriët Duurvoort is publicist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Maar in de praktijk komt het erop neer dat kinderen die toch al extreem angstig zijn, worden blootgesteld aan klasgenootjes die bij paniekaanvallen gefixeerd worden en dan naar een ‘time-outruimte’ worden gesleept. Let wel, we hebben het hier over 6-jarigen bij wie structureel psychiatrische interventies worden toegepast. Voor hun eigen bestwil? Of is dit traumatiserend, uiteraard voor de kinderen die het moeten ondergaan maar ook voor de niet-verbale klasgenootjes die er doodsbenauwd getuige van zijn?
Destijds kon mijn kind zich nog niet verbaal uitdrukken. Pas jaren later, toen hij, al lang thuiszitter, scènes uit de time-out woordelijk begon na te spelen met zijn lego-poppetjes, begon ik te beseffen dat ook dit een rol had gespeeld in de extreme schoolangst die uiteindelijk zou leiden tot ‘schoolweigeringsgedrag’ en definitieve schooluitval.
Wij hadden het geluk dat op een gegeven moment de benodigde jeugdhulp beschikbaar was. Onze gemeente was zo gul om een kostbaar onderwijs-zorgarrangement (OZA) te betalen, wat uit het jeugdzorggeld kwam. Iets waarvan men op school enthousiast opmerkte dat wij uit de juiste gemeente kwamen. Want andere klasgenootjes hadden ook een OZA nodig, alleen hadden die de pech ergens te wonen waar het jeugdzorgbudget al op was.
De OZA maakte het mogelijk dat mijn kind de zo belangrijke individuele begeleiding kreeg om tot leren te komen. Alleen was hiervoor geen enkele stille plek op school; de begeleiding moest noodgedwongen op de drukke gang. Thuis, in alle rust, mocht de begeleiding niet plaatsvinden. Ik deed nog een voorstel om desnoods een oude caravan op Marktplaats te kopen en die buiten neer te zetten voor de kinderen die individuele begeleiding nodig hadden. Die konden we dan leuk beschilderen en inrichten met de kinderen. Maar dat idee werd afgeschoten.
Daarnaast gaat het speciaal onderwijs voor kinderen met autisme en een verstandelijke beperking uit van soms niet voor elk kind passende of inmiddels steeds meer bekritiseerde ideeën. Soms gebaseerd op de omstreden methode ‘applied behavioral analysis’(ABA), door mensen met autisme zelf omschreven als ‘mishandeling’.
Meestal is ‘Geef me de vijf’ – een typisch Nederlandse methode van omgaan met autisme – de basis waarop het onderwijs van de ‘autisme-structuurklassen’ is ingericht. Een starre en directieve methode. Je werkt de hele dag met pictogrammen die aangeven wat het kind moet gaan doen. Elk kwartier is ‘ingevuld’ met een les of activiteit. Nu gaan we dit, nu gaan we dat. Je wordt als ouder getraind dat regime ook thuis vol te houden, tot bedtijd.
‘Niet ingevulde tijd is kliertijd’ is één van de belangrijkste principes van deze methode. Bij sommige kinderen met autisme en een verstandelijke beperking geeft dit veel houvast, hier niet. Bij ons blijkt juist het tegenovergestelde. Hoe meer zelf ingevulde tijd, hoe meer vrijheid en flexibiliteit, hoe meer rust en ontwikkeling.
Het is ‘self-directed learning’ gebleken: juist veel vrijheid geven om de eigen interesses te verkennen, die tot grote sprongen in ontwikkeling leidt. Hij is minder bang, leest en schrijft steeds beter, maakt prachtige schilderijen, helpt mee in huis en leert gezond, plantaardig koken. En bovenal: hij is meestal aanstekelijk blij.
Juist omdat ik weet met hoeveel passie in het speciaal onderwijs wordt gewerkt, hoop ik dat men openstaat voor een open gesprek om het onderwijs op sommige punten te veranderen. Zodat het weer passend wordt voor een grotere groep kinderen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns