Home

Rechtbank wijst onderzoekswensen Encrochat af in grootschalig drugsonderzoek

De rechtbank wijst alle onderzoekswensen af in een grootschalig drugsonderzoek (Picture). Volgens de rechtbank hebben de advocaten de noodzaak voor het horen van getuigen en inzage in bepaalde stukken/datasets – die zijn gegenereerd voor het onderzoek in andere strafzaken – onvoldoende aangetoond. Het voorwaardelijke verzoek van de advocaten tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie acht de rechtbank niet noodzakelijk, omdat volgens de rechtbank het aangehaalde arrest voldoende aanknopingspunten biedt voor beantwoorden van die vraag.  

De 8 personen in deze strafzaak worden er - onder meer - van verdacht dat zij zich bezig hielden met het vervaardigen van- en de handel in synthetische drugs en de grondstoffen hiervoor. De verdachten zouden hierbij gebruik hebben gemaakt van diverse cryptocommunicatiediensten om met elkaar te communiceren. De onderzoekswensen zien op de cryptomaterie in dit dossier. De verzoeken zijn formeel ingediend door de advocaat van 1 van de hoofdverdachten. Daarbij sloten 4 advocaten zich aan.

Bewijsmiddelen onrechtmatig verkregenDe advocaten stelden zich op het standpunt dat de op Encrochat-data gebaseerde bewijsmiddelen onrechtmatig zijn verkregen en/of onbetrouwbaar zijn. Om beoordeling van de rechtmatigheid van het vooronderzoek en de betrouwbaarheid van de data mogelijk te maken is het volgens hen noodzakelijk om een aantal getuigen te horen en inzage te krijgen in - onder meer - andere opsporingsonderzoeken en de volledige ruwe Encrochat-data.

De rechtbank moest beoordeeld in hoeverre het arrest van het Hof van Justitie van 30 april 2024 over de uitleg van de EOB-richtlijn de noodzaak geeft tot het verzochte nader onderzoek.

Conclusies rechtbankDe rechtbank komt – samengevat – tot de volgende conclusies:

Noodzaak horen getuigen en inzage in stukken onvoldoende aangetoondDe rechtbank oordeelt dat de noodzaak voor het horen van de verzochte getuigen en inzage in bepaalde stukken/datasets (die zijn gegenereerd ten behoeve van het onderzoek in andere strafzaken), onvoldoende is aangetoond.

Prejudiciële vraagDe advocaten deden daarnaast het voorwaardelijk verzoek tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie. Volgens hen moet de vraag voorgelegd te worden of bewijsmateriaal dat door/via een JIT is verkregen in de zin van artikel 13 van de EU-rechtshulpovereenkomst verschilt van de eisen bij een EOB over het verkrijgen van al bestaand bewijsmateriaal, een en ander in het licht van Richtlijn 2014/41. De rechtbank oordeelt dat het Hof van Justitie in het door de verdediging aangehaalde arrest voldoende aanknopingspunten biedt voor beantwoording van die vraag. Daarbij houdt ze voor ogen wat de rechtbank heeft overwogen. Daarom acht de rechtbank het voorleggen van genoemde vraag van de advocaten aan Hof van Justitie niet noodzakelijk.

Verzoeken afgewezenDat betekent dat de rechtbank alle verzoeken afwijst en de inhoudelijke behandeling zoals gepland zal voortzetten.

Source: Fok frontpage

Previous

Next