Home

Tegen wie heeft hij het toch, de jongeman op het bankje?

Van de jongeman op het bankje zou je niet zeggen dat hij stomdronken is. Daarvoor maakt hij een te coherente indruk. Haartjes net, poloshirt gestreken. Maar zonder die kennis is het de vraag tegen wie hij het toch heeft, met zijn ‘Jahááá! Lékker man!’ Het klinkt alsof zijn beste vriend recht voor zijn neus voetbaltrucjes uitprobeert. Maar voor zijn neus staat alleen een vuilnisbak.

Pas als hij opstaat wordt duidelijk hoe ver heen hij is. Het vervaarlijk tollen om de eigen as, het maaien met de armen, het nauwelijks registreren maar wel aanpakken van mijn uitgestoken hand, de kolderieke pirouette waarin hij me meetrekt met een energie een beter doel waardig, het gebrek aan verbazing als hij tenslotte toch weer op zijn billen op het bankje blijkt te zitten.

In zijn kruis verschijnt een donkere plek die snel groter wordt. Maar wie maalt er om de realiteit als dat wat er niet is, zo mooi is? ‘Lékker man!’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next