Twee dagen na zijn aankondiging dat hij eind 2024 stopt, zette Aleix Espargaro de zaterdag van de MotoGP GP van Catalonië naar zijn hand. In een knotsgekke sprintrace met drie crashende leiders stelde de Aprilia-rijder de zege veilig, voor de als veertiende gestart Marc Márquez en de jarige Pedro Acosta. Eerder op de dag stelde Espargaró ook de pole-position al veilig. Voor de race over 24 ronden had hij dus de beste uitgangspositie, terwijl Francesco Bagnaia en Raúl Fernández de eerste rij completeerden. Zij begonnen - net als de meeste rijders - met de medium voor- en achterband. Alleen Acosta, Jack Miller en de gebroeders Márquez weken daarvan af met de zachte achterband.
Daar waar de start van de Catalaanse Grand Prix vorig jaar gepaard ging met meerdere nare incidenten, ging het ditmaal wél goed. Bagnaia kwam niet perfect van zijn plek, maar slaagde er toch in om de leiding te grijpen bij het insturen van de eerste bocht. Acosta sloot vanaf de zesde positie aan op P2, terwijl Brad Binder en Jorge Martín daarachter aansloten en later in de openingsronde nog van positie zouden wisselen. Fernández kwam slecht weg en viel terug naar de achtste plaats, al zou de Trackhouse-rijder na twee ronden alweer op de zesde plek aanbelanden.
Vooraan wilde Acosta zijn bandenvoordeel in de openingsfase van de race te gelde maken door in de derde ronde de aanval in te zetten op Bagnaia, maar de wereldkampioen antwoordde succesvol. Een ronde later werd de GasGas Tech3-rijder zelf wel succesvol aangevallen door Martín, die in de vijfde ronde in bocht tien met succes de aanval inzette op Bagnaia. De Pramac-rijder profiteerde daarbij optimaal van een foutje van de Ducati-man in bocht vier, waardoor zijn kleine voorsprong helemaal verdween. Miller zag dat vanaf de zijkant gebeuren, nadat hij in bocht tien al uit de race was gecrasht.
Na de openingsfase settelde de race zich enigszins. Martín, Bagnaia, Acosta en Binder sloegen een gaatje richting Fernández en Espargaró, die zelf weer een voorsprong hadden op Franco Morbidelli en Marc Márquez. Binnen de kopgroep vond in de zesde ronde een nieuwe wijziging plaats, want nu slaagde Acosta er wel in om Bagnaia te passeren in gevecht om de tweede plek. Vrijwel gelijktijdig werd Augusto Fernández de tweede uitvaller door een crash in bocht 10. Espargaró knokte zich vervolgens weer een plekje naar voren door de andere Fernández terug te verwijzen naar de zesde plaats.
De tweede KTM-rijder in de race, Binder, verloor in deze fase van de race de aansluiting bij de eerste drie. Espargaró kon profiteren en vond in de tiende ronde de aansluiting bij de Zuid-Afrikaan, om een ronde later in de eerste bocht een inhaalactie te plaatsen. Fernández zag zijn kans vervolgens schoon om hetzelfde te doen in bocht drie, waarmee hij terug was op de vijfde positie. Luttele bochten later werd het zelfs de vierde positie, want vanuit tweede positie crashte Acosta in bocht tien. De jongeling kon zijn motorfiets nog oppakken, maar speelde geen rol van betekenis meer in de strijd om de top-tien.
Door het wegvallen van Acosta had Martín een gaatje van een ruime seconde naar achtervolger Bagnaia, die op dat moment het tempo ietwat opvoerde om de leider onder druk te zetten. Door telkens enkele tienden goed te maken, wist de wereldkampioen in de achttiende ronde de aansluiting te vinden. Een ronde later volgde in bocht vijf - waar hij gisteren nog crashte in de laatste ronde van de sprintrace - een succesvolle aanval op de leiding. Márquez was toen al opgeklommen naar de vierde positie door achtereenvolgens voorbij te gaan aan de steeds verder terugvallende Binder en vervolgens ook Fernández. In de 21ste ronde moest vervolgens ook Espargaró eraan geloven, waardoor de Gresini-rijder opnieuw van P14 naar een podiumpositie was gereden.
Vooraan wist Bagnaia een gaatje te slaan, waarna zijn zege in de slotfase niet meer in gevaar kwam. De wereldkampioen zegevierde dus daags na zijn crash in de slotronde van de sprintrace in Montmeló, op een goede seconde gevolgd door Martín. Márquez stelde met P3 opnieuw een podiumplek veilig door Espargaró nipt voor te blijven. Daarachter pakte Fabio di Giannantonio in de slotronde de vijfde plek nog af van Fernández, met Álex Márquez op de zevende positie. Binder viel in de slotfase nog terug naar de achtste stek, terwijl Enea Bastianini als negende over de finish kwam. Hij weigerde echter een dubbele long lap-straf en de daaropvolgende ride through-penalty in te lossen, wat tot een tijdstraf van 32 seconden leidde. De tweede Ducati-rijder eindigde daardoor uiteindelijk slechts als achttiende.
Fabio Quartararo erfde daardoor de negende plaats, nadat hij in de laatste fase van de race nog voorbij ging aan Miguel Oliveira. De Trackhouse-rijder completeerde de top-tien, voor Marco Bezzecchi en de tegenvallende Maverick Viñales. Acosta knokte zich na zijn crash nog naar de dertiende positie, terwijl Takaaki Nakagami op P14 de beste Honda-rijder was. Het laatste punt ging via Joan Mir eveneens naar Honda.
Martín behoudt de leiding in het kampioenschap en ziet zijn voorsprong ook marginaal groter worden. Bagnaia komt nu naar de tweede plek op 39 punten van de leider, terwijl Márquez derde is met 41 punten achterstand. Komend weekend kruisen ze opnieuw de degens, dan tijdens de Italiaanse Grand Prix.
-
+1.740
1.740
+10.491
10.491
+10.543
10.543
+15.441
15.441
+15.916
15.916
+16.882
16.882
+18.578
18.578
+20.477
20.477
+20.889
20.889
+21.023
21.023
+22.137
22.137
+31.967
31.967
+32.987
32.987
+33.132
33.132
+34.554
34.554
+36.689
36.689
+50.615
50.615
+55.295
55.295
+1.030
1.030
7 laps
19 laps
22 laps
Source: Motorsport