Na zijn poging van 2017 - waarin hij veel ronden aan de leiding gaat maar problemen met de Honda-motor zijn avontuur vroegtijdig ten einde brengen - waagt Fernando Alonso zich in 2019 opnieuw aan de Indianapolis 500. De Spanjaard heeft dan afscheid genomen van de Formule 1 en neemt deel aan de Dakar Rally en het World Endurance Championship. Aangezien hij de F1 Grand Prix van Monaco en de 24 uur van Le Mans heeft gewonnen, ontbreekt enkel nog de Indy 500 op weg naar de felbegeerde Triple Crown.
Om zich voor te bereiden op de Indy 500 van 2019, test Alonso in september 2018 in een Andretti Autosport Dallara-Honda op Barber Motorsports Park. McLaren, de voormalig werkgever van Alonso, overweegt dan een deelname aan het IndyCar-kampioenschap. Door die plannen gaan echter een streep omdat motorleveranciers Honda en Chevrolet niet toehappen. McLaren-CEO Zak Brown maakt vervolgens bekend dat er in 2019 nog geen IndyCar-team komt omdat de focus op F1 ligt en zij simpelweg niet gereed zijn om tot de IndyCar toe te treden.
Uiteindelijk slaagt McLaren er toch in om Alonso naar de Indy 500 te helpen, al is dat dus niet met een fulltime deelname aan het kampioenschap. De McLaren zal aangedreven worden door een Chevrolet-motor en het team haalt Bob Fernley aan boord. De voormalig plaatsvervangend teambaas van Force India mag het Indy 500-project van McLaren leiden. Ook zet het team Indy 500-winnaar Gil de Ferran in voor het project. Dit project reikt echter verder dan dat, want het team uit Woking schakelt hulp in van IndyCar-team Carlin. Het gaat dan om een 'logistieke en operationele' samenwerking tussen de twee partijen.
Enkele maanden later, met nog 47 dagen tot aan de Indy 500, stapt Alonso in voor een test op de Texas Motor Speedway. De tweevoudig F1-kampioen krijgt daar voor het eerst te maken met het product van de samenwerking tussen McLaren en Carlin. "Het is nu een klein beetje een onbekendere situatie voor ons allemaal", laat hij destijds optekenen in gesprek met de officiële website van de IndyCar. "We geloven in verschillende filosofieën wat betreft de afstelling en voorbereiding van de auto's. Daar experimenteren we mee. We zijn begonnen met een basisafstelling die in het verleden al is gebruikt, maar we proberen langzaamaan verschillende dingen. Vandaag was de eerste dag, in Indianapolis zullen we meer de diepte in gaan. Er is ook veel werk in de simulator verricht om die verschillende richtingen te verkennen, dus laten we zien wat we kunnen vinden."
Sinds zijn eerste Indy 500-poging van 2017 is er nog iets veranderd: de auto's zijn voorzien van een universele aerokit voor de race over 200 ronden. "Ik blijf van mening dat het met deze universele kit lastiger is om de auto te besturen, aangezien je een klein beetje minder downforce hebt", legt Alonso uit. Deze test op TMS vindt echter wel later dan gepland plaats: McLaren heeft geen stuur voor de auto. Brown legt later tegenover ESPN uit dat het plan was om een eigen stuur te maken, maar die was niet op tijd klaar. Na gunsten vragen bij Cosworth komt hij uit bij Carlin, dat hem een stuur overhandigt voor de test.
Op 25 april 2019 keert Alonso weer terug op de Indianapolis Motor Speedway om weer kennis te maken met de 4 kilometer lange oval. Hij moet daar meedoen aan de 'rookies and refreshers'-test en hoopt genoeg ronden te kunnen rijden om ervaring op te doen, maar zo zou het niet lopen. Door slecht weer en een probleem met de elektronica komt Alonso tot slechts 29 ronden. Brown weet op dat moment al dat het geen gemakkelijke race zal worden voor zijn team. "We hebben gezien dat heel grote teams als Rahal, Andretti en Penske de race soms niet halen. Deze race is een beetje een loterij, dus ik denk niet dat het een uitgemaakte zaak is dat we het makkelijk zullen krijgen. Kunnen we winnen? Dat zou kunnen. Maar ik denk dat het verdomde lastig gaat worden. Ik denk nu eerst alleen aan het overleven van het kwalificatieweekend."
Fernando Alonso in de McLaren Racing Chevrolet.
Foto door: Geoffrey M. Miller / Motorsport Images
Het is 'Month of May' en het feest richting de Indy 500 wordt afgetrapt met de eerste training op 14 mei. Alonso moet dan eerst zijn refresher pakken en voltooit deze ook, waardoor de McLaren-coureur zijn weg naar een van de grootste races van het jaar kan vervolgen. De snelheid is dan nog wel even ver te zoeken, al is het pas de eerste training: Alonso pakt P20 met een rondegemiddelde van 224,162 mijl per uur. Daarmee is hij ruim vier mijl per uur langzamer dan de snelste man van die training, Ed Carpenter. Alonso hoopt meer meters te maken, maar opnieuw zit een elektronisch probleem hem in de weg.
Dat Alonso de limiet meteen opzoekt, blijkt een dag later. Hij pusht hard en glijdt met onderstuur de muur van bocht 3 in. Wat volgt is een stevige klap waarbij de coureur ongedeerd blijft. Dat laatste geldt niet voor zijn McLaren-Carlin. "Het was onderstuur. Ook al liet ik het gas los bij de entry van de bocht, het was niet genoeg", verklaart Alonso. "Ik verloor de aero aan de voorkant compleet. De muur kwam te snel te dichtbij. Helaas gebeurde dat vandaag. We zullen opnieuw wat baantijd verliezen. Het spijt me voor het team, maar we zullen ervan leren en hopelijk keren we morgen sterker terug."
Dat laatste zou niet gebeuren. McLaren heeft moeite met het opbouwen van de reserveauto, aangezien het niet om een eigen chassis gaat maar om een van Carlin/John Cummiskey. De Chevy-motor moet bovendien vervangen worden na de stevige impact, waardoor de gehele donderdag verloren gaat. Ook daar gaat een blunder aan vooraf. Omdat de McLaren niet in de juiste kleur oranje is geverfd, zo blijkt uit een verslag van Associated Press, gaat het reservechassis naar de fabriek van Carlin om dat wel te laten gebeuren. Dat betekent dat dit chassis nog niet gereed is om in te zetten en dus gaat er veel tijd verloren.
"Het is zeker een nadeel als nieuw team, want het kost tijd", zegt Brown. "Deze jongens zijn allemaal heel ervaren, maar zij hebben nog nooit samengewerkt als een team. Dit is dus de eerste keer dat zij de auto helemaal opnieuw moesten opbouwen. Dat zal je altijd een tweede, derde of vierde keer doen. De enige manier om daar doorheen te komen, is door een nieuw team te zijn en ervan te leren. Maar ze zijn koel en kalm."
Op vrijdag 17 mei keert Alonso weer terug op de baan. Hij werkt 77 ronden af, maar die ronden bieden weinig hoop. Hij eindigt op P24, maar heeft dat vooral te danken aan een slipstream. Zonder die slipstream staat de ervaren F1-coureur slechts op P31 en daarmee dus in de gevarenzone voor de kwalificatie. Er zijn dat jaar maar liefst 36 inschrijvingen, maar er is enkel plek voor 33 coureurs tijdens de race. Drie coureurs moeten dus bij de Last Chance Qualifiers (LCQ) op zondag afscheid nemen. Wat niet helpt, is dat het team een fout maakt bij het afstellen van de auto na het opbouwen van het reservechassis. Bij het omrekenen van inches naar het metrische systeem gaat er iets fout, waardoor Alonso in zijn eerste ronde te dicht tegen de grond rijdt. Alonso is een gewaarschuwd man na de laatste training en maakt zich zorgen. "Maar dat geldt voor iedereen."
De zaterdag begint goed voor Alonso, die in de korte training voor de kwalificatie nog de snelste tijd noteert - al is hij wel slechts één van de vijf coureurs op de tijdenlijst in die sessie. Vanaf dat moment gaat het bergafwaarts. Een lekke band in zijn eerste run betekent dat hij te langzaam is en zich dus opnieuw op de baan moet melden. In totaal komt de Asturiër nog vier keer in actie. Zijn laatste run levert hem een gemiddelde van 227,244 mijl per uur op, waarmee hij zich in de top-dertig meldt. De concurrentie komt dan nog echter aan bod en Pippa Mann verwijst Alonso naar P31. De F1-kampioen is veroordeeld tot de LCQ, samen met James Hinchcliffe, Sage Karam, Max Chilton, Patricio O'Ward en Kyle Kaiser.
Ook in die kwalificatie gaat er nog wat fout. De versnellingen zijn verkeerd ingesteld waardoor deze is ingesteld voor een topsnelheid van 227,9 mijl per uur, waar 229 mijl per uur mogelijk was geweest. Dit blijkt achteraf een pijnlijke fout in een aaneenrijging van blunders. Alonso's eerste run in de LCQ verloopt soepel. Hij komt tekort om de snelheid van Hinchcliffe te matchen, maar met zijn 227,353 mijl per uur staat hij wel aan de veilige kant. Er moeten dan nog wel drie coureurs aan de bak, waardoor niets zeker is. Karam is uiteindelijk degene die Alonso naar P33 verwijst, waardoor hij nu moet vrezen voor zijn plek in de Indy 500.
Fernando Alonso kan na zijn laatste kwalificatierun alleen maar hopen dat hij de Indy 500 haalt.
Foto door: Michael L. Levitt / Motorsport Images
Kaiser is op dat moment de enige die dan nog moet rijden. Hij was zwaar gecrasht op vrijdag en een gebrek aan reserveonderdelen brengt zijn deelname aan de kwalificatie in gevaar. Juncos slaagt erin om de auto gereed te maken en Kaiser gaat als laatste nog aan een run beginnen. Voor hem is het nu alles of niets in de grotendeels witte auto, door de terugtrekking van twee sponsors. De zorgen zijn goed te zien op het gezicht van Alonso en de McLaren-crew, en die nemen enkel toe wanneer Kaiser zijn eerste van vier ronden sneller aftrapt dan Alonso. Dan slaat het verval in rondetijden toe en is er nog hoop voor de Spanjaard, maar na vier ronden heeft Kaiser genoeg aan een gemiddelde van 227,372 mijl per uur - 0,019 mijl per uur sneller dan Alonso. De Indy 500 is voor Alonso al afgelopen voordat deze daadwerkelijk is begonnen.
Of toch niet? McLaren kan een zitje opkopen om Alonso alsnog te laten racen. Die optie gaan het team en de coureur echter niet verkennen. "Fernando heeft niks verkeerds gedaan, hij moet in de race zitten en hoort daar ook te zitten", aldus Brown. "We hebben veel partners die hem graag in de race zien. Kopen we dan een zitje voor hem? Nou, hij zei: 'Ik weet wat het vereist om het tot deze race te redden, het voelt niet juist om een andere coureur die het verdiend heeft weg te sturen omdat mijn team het zitje heeft opgekocht.' Er is veel trots bij Fernando en McLaren."
Source: Motorsport