Home

Nieuw kabinet speelt straks complex spel zonder regels

Nog vier weken. Zo veel tijd nemen de vier politieke partijen om, onder hulp van formateur Richard van Zwol, een kabinet samen te stellen. Pas vlak voor het zomerreces van de Tweede Kamer krijgt Nederland te zien wie premier, minister en staatssecretaris worden in dit experimentele gezelschap. De vraag die mij deze week bezighield was: wat zijn voor dat kabinet eigenlijk de politieke spelregels? En waarom staat hierover geen letter in het hoofdlijnenakkoord dat PVV, VVD, NSC en BBB sloten?

De nieuwe ploeg krijgt een bord met 64 vakjes, in vier verschillende kleuren. Zeventien speelstukken. Acht kanskaarten. Vijf dobbelstenen. Drie kaartjes met onmogelijke opdrachten. En acht zwart- en acht witgekleurde ronde houten schijfjes zoals die in de sjoelbak gebruikt worden. De naam van het spel is Lef, Hoop en Trots.

Intrigerend is het zeker. Maar wat zijn de spelregels? Hoe kunnen de spelers in het kabinet dit spel tot een goed einde brengen? Wat is hierbij hun verhouding tot de medespelers in de Kamer? Bestaat er straks geregeld coalitieoverleg tussen de vier partijen? En op welke manier spreken coalitie en kabinet met elkaar? Zal er alleen tijdens debatten in de Kamer met elkaar worden gesproken, of is er ook (georganiseerd) overleg in achterkamers?

De formerende partijen kozen voor de nieuwe figuur van een ‘programkabinet’, maar hebben nog niet zo diep nagedacht over hoe dat moet gaan werken. Een voorbeeld, dat allesbehalve denkbeeldig is: mest.

Laat er straks een Landbouwminister zijn die, het hoofdlijnenakkoord stevig onder de arm gekneld, in Brussel met de grootste mogelijk lef heeft gesteld dat Nederlandse boeren meer mest moeten mogen uitrijden. Op hoge toon gesproken, met de hak van de schoen op tafel geslagen, met de spierballen gerold. Als deze Landbouwminister toch met lege handen terugkeert, omdat ze in Brussel hun mestsmoeselaars inmiddels kennen, wat dan?

Gaat dat zakelijk ingestelde kabinet dit dan droogjes aan de Kamer melden met de mededeling dat het hoofdlijnenakkoord op dit punt dus niet zal worden gehaald? En dat het dus verstandig lijkt dat boeren eens wat minder vee gaan houden? En accepteert het viertal dan dat het voor een kabinet onmogelijk is onmogelijke eisen uit te voeren? En als er één partij is die dat wel accepteert en drie niet, gaat het viertal dan heronderhandelen over het hoofdlijnenakkoord? Tijdens het coalitieoverleg? En als dat zo zou zijn, waarin verschilt het kabinet dan van een ‘gewone’ coalitie?

Ja, dat zijn veel vragen, vragen waarop ik het antwoord ook niet weet. Maar het is toch opmerkelijk dat het viertal blijkbaar wel heeft nagedacht over de lef waarmee de Landbouwminister naar Brussel moet, maar niet over wat er moet gebeuren als hij met de staart tussen de benen terugkeert naar Den Haag. Het hoofdlijnenakkoord is een nieuw spel zonder spelregels.

Opmerkelijk bij dit alles is dat de bedenker van het ‘programkabinet’, Pieter Omtzigt, dol is op regels en procedures en democratie. Waarom hij zijn nieuwe spel zonder regels introduceert, is een raadsel.

Natuurlijk gaat het samenstellen van een ministersploeg lang duren. Ronald Plasterk dacht maar aan één ding: het Torentje. Maar alle andere mensen die benaderd worden voor een (eerste) ministerspost vragen als eerste: wat zijn de spelregels? En die haken af als spelregels er niet blijken te zijn.

Frank Kalshoven is oprichter van De Argumentenfabriek en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant. Reageren? E-mail: frank@argumentenfabriek.nl.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next