‘Een democratie is juist de weg van de meerderheid, doos’, zei ene Laurens tegen me op X. ‘Daar kiezen mensen voor en de meeste stemmen gelden. Gelukkig zijn de mensen in gaan zien dat het linkse […] gedram alleen maar ellende brengt. Oprotten links. Rechts gaat nu bepalen. Doei!!!!’
Zulke berichten kwam ik de afgelopen maanden voortdurend tegen: de kiezer heeft gesproken, rechts heeft de verkiezingen gewonnen, linkse mensen moeten dimmen en stilletjes alles ondergaan wat de coalitiepartners over land en volk uitstorten. Alsof democratie niet meer is dan af en toe stemmen, waarna de verliezers mogen toekijken en de winnaars alles bepalen.
Over de auteur
Asha ten Broeke is wetenschapsjournalist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het is een schrale houding, die me doet denken aan wat filosoof Alexis de Tocqueville de ‘tirannie van de meerderheid’ noemde. Tocqueville, die leefde toen de Franse democratie net aan het ontluiken was, vreesde dat ook het volk in staat was tot machtsmisbruik. Hij voorzag bijvoorbeeld dat de publieke opinie een soort macht op zich kon worden, een macht van mensen die vooral met hun eigenbelang bezig waren, en dat de meerderheid die macht zou gebruiken om gemarginaliseerde groepen te onderdrukken.
Als tegengif voor deze tirannie wilde hij de macht verdelen en controleren: onder en door ambtenaren, rechters, de pers en activistische burgers. Minderheden moesten zich bovendien altijd beschermd weten door grondrechten, verdragen en wetten, en het was niet aan de meerderheid om daarmee te rommelen.
Een andere filosoof, Aristoteles, had een slordige tweeduizend jaar eerder vergelijkbare zorgen geuit. Wanneer je burgers de macht gaf, kon dat volgens hem goed en slecht uitpakken. Niet zo best was wat Aristoteles – gelukkig helemaal niet verwarrend – de ‘democratie’ noemde. Historicus Koen Vossen legt uit dat hij hiermee een politiek stelsel bedoelde ‘waarin de arme massa, al dan niet opgejut door volksmenners, slechts eigen kortzichtige belangen najoeg’. Een beter idee was de ‘politeia’, waarin burgers een groep wijze bestuurders kozen, die vervolgens na dialoog weloverwogen en verstandige besluiten namen.
Ons politiek bestel van gekozen volksvertegenwoordigers is bedoeld als een soort politeia. Qua wijsheid zit er natuurlijk al een tijdje de klad in, maar de huidige coalitie gaat veel verder: ze belichaamt vrijwel alles waarvoor deze twee filosofen hebben gewaarschuwd.
Zo liggen rechters regelmatig onder vuur: ze heten ‘D66-rechters’ of zouden te veel op de stoel van de politiek zitten. De coalitie wil van veel ambtenaren af. Zeker drie van de vier partijleiders maken er op sociale media een sport van onwelgevallige activisten en journalisten aan te vallen. Demonstranten zijn al gauw ‘walgelijk’ of ‘tuig’, columnisten die kritisch zijn over de PVV zijn ‘levensgevaarlijk’, een journalist met vragen over politiegeweld tijdens demonstraties, gaat aan de schandpaal. In het hoofdlijnenakkoord krijgt de pers een tik met bezuinigingen op de publieke omroep en een btw-verhoging op kranten. Nooit eerder zag ik een coalitie zo’n serieuze poging doen om op voorhand al haar eigen tegenmacht te kortwieken.
Daarnaast probeert de coalitie in haar hoofdlijnenakkoord aan allerlei rechten en verdragen te pielen. En ook buiten dat akkoord om houden PVV en BBB een wedstrijdje ‘pissen op internationale verdragen die onze menselijkheid en de rechten van minderheden beschermen’. Waar Wilders’ favoriete urinoir uiteraard het Vluchtelingenverdrag is, lijkt de BBB – na een uitspraak van het Europees Hof dat het een mensenrechtenschending is wanneer een land niet genoeg tegen de klimaatcrisis doet – zelfs van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens af te willen.
Dit is precies waarom democratie nooit ‘de weg van de meerderheid’ mag worden. Er staat te veel op het spel. Een houding van ‘meeste stemmen gelden’ kan te veel kapot maken. Rechtse droeftoeters maken ons op dit moment graag wijs dat je stem een ding is dat je eens per vier jaar uitbrengt. Geloof ze niet. Iedereen heeft altijd een stem, elke dag weer, om mee te bekritiseren, te protesteren en verzet te plegen. Dat is wat het betekent als we zeggen dat het volk de macht heeft. We leven niet in een democratie, we zijn de democratie. Altijd, en allemaal samen. Elk ander idee is tirannie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns