Kamervoorzitter Bosma ruziede vorige week met de oppositie over het gebruik van de term ‘extreem-rechts’, vanwege de connotatie met het Derde Rijk. Tot mijn schrik was ik het met hem eens. Het beoogde kabinet heeft meer dan genoeg onhaalbare, kinderachtige en nare plannen om rechtstreeks te bestrijden, zonder omweg via de taal. De ‘connonazi’ treft zelden doel en leidt tot vermoeiend ge-jijbak, waar een ideeënstrijd gewenst is.
Meegaan in de kwalificatie ‘centrum-rechts’, zoals de coalitie zichzelf noemt, is natuurlijk ook ondenkbaar. Daarom was het verstandig van Frans Timmermans en Esther Ouwehand om door te schakelen naar de term ‘radicaal-rechts’.
Kijken we naar de synoniemen van ‘radicaal’, dan treffen we onder meer aan: extreem. En er zijn nog zoveel andere opties. Wilders c.s. kunnen zich vast vinden in ‘grondig-rechts’, ‘verreikend-rechts’ of ‘ingrijpend-rechts’, zelf voel ik wel wat voor ‘totaal-’ of ‘drastisch-rechts’. Dan is er nog het synoniem ‘rats’, dat niemand begrijpt, en daarom het beste is.
Source: Volkskrant columns