Home

Ik stelde bijna een ménage à trois voor, zodat ze een relatie zou krijgen met twee Max Pammen

In het Boeken en Wetenschapskatern stond afgelopen weekend een intrigerend stuk van Stan van Pelt over het verschijnsel van de dubbelganger met als strekking: we zijn minder uniek dan we denken. Op deze aarde moet van ieder mens een dubbelganger rondlopen, vermoedelijk zelfs meerdere. Ik ging onmiddellijk naar de website waar je geportretteerde dubbelgangers van jezelf kunt oproepen (de Google app Arts & Culture) en vond er vier, van wie Ferdinand de Lesseps de beroemdste is. Dat voelde als een hele eer, maar eerlijk gezegd vond ik dat ik niet erg leek op de bijgevoegde afbeelding van de bedenker van het Suezkanaal.

In de literatuur is het dubbelgangersmotief erg oud. Aan het lijstje in deze krant kunnen vele titels worden toegevoegd, zoals The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde en Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde van mijn lievelingsschrijver R.L. Stevenson. In het Nederlands heb je natuurlijk De donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans. Maar daaraan gaat nog een kort verhaal vooraf, namelijk Dr. Tesdals dubbelganger, dat F. Bordewijk opnam in zijn bundel Fantastische Vertellingen (1924). Hermans moet dat verhaal zeker hebben gekend, want hij heeft Bordewijk eens opgezocht. Overigens leunt Bordewijks verhaal zwaar op Dostojevski’s oerroman De dubbelganger uit 1846.

Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. 

De donkere kamer van Damokles is niet alleen een spannend oorlogsboek, het is vooral de verwarring over wie je eigenlijk bent, die de roman zo’n universele lading geeft. Zo zegt de hoofdpersoon Henri Osewoudt op een van de laatste pagina’s: ‘In mijn uiterlijk heb ik mijn hele leven gevangen gezeten, mijn uiterlijk heeft mij gemaakt, tot wat ik ben. Dat is de oplossing van het raadsel.’

Die opmerking heeft een diepe indruk op mij gemaakt. Ik weet zeker dat mijn leven anders was verlopen als ik er anders had uitgezien. Was ik bijna twee meter lang geweest, had ik een grotere of kleinere neus gehad, geen donker maar blond haar, was ik niet kaal geworden, dan was het vast heel anders verlopen. Waar partnerkeus plaatsvindt door uithuwelijking, zal uiterlijk niet zo’n grote rol spelen. Maar in een samenleving waar je praktisch geheel op eigen kracht een geliefde moet vinden, verloopt de eerste – soms meedogenloze – confrontatie met de ander via het uiterlijk.

Zelf ben ik eens op heftige wijze geconfronteerd geweest met een soort dubbelganger. In 1990 werd bij mij aangebeld. Een knappe jonge vrouw stond voor de deur en vroeg of ik Max Pam was. Toen ik dat beaamde zei ze: ‘U krijgt de groeten van Max Pam.’ Ze vertelde dat ze een verhouding had met een Australische fotograaf die ook mijn naam droeg en die door haar op de hoogte was gesteld van mijn bestaan. Indachtig een dubbelgangersverhaal van Belcampo, wilde ik bijna voorstellen om een ménage à trois te beginnen, zodat zij een relatie zou krijgen met twee Max Pammen.

Niet veel later ontving ik een uitnodiging voor een expositie van Max Pam in Parijs. Daar heb ik hem ontmoet, in de Rue du Faubourg Saint-Antoine, Galerie Comptoir de la photographie. Hij bleek ook half-joods. Wij droegen hetzelfde brilletje, hadden verder dezelfde ogen en mond. Wel was hij een paar centimeter langer. Tim Krabbé, ook aanwezig om vast te stellen dat het echt waar was, heeft nog een foto van ons gemaakt. Hij was dus niet alleen een naamgenoot en een dubbelganger, maar als Australiër ook nog eens een tegenvoeter. In de loop der jaren is de fotograaf Max Pam internationaal doorgebroken en heb ik nog vele uitnodigingen toegestuurd gekregen. Van Singapore tot New York, maar ook van een galerie in de Kalverstraat.

Voor een Jan Jansen of een John Smith is het gewoon een naamgenoot te ontmoeten, maar ook een andere Max Pam is niet zo uniek. Alleen al op X telde ik veertien Max Pammen – de Pam Maxxen buiten beschouwing gelaten. Wijlen de historicus Henk Wesseling (1937-2018) maakte me erop attent dat aan de universiteit van Chicago een leerstoel bestaat, die The Max Pam Professorship of American and Foreign Law heet. Obama schijnt er gestudeerd te hebben en tegenwoordig wordt hij bekleed door mevrouw Lee Fennell.

De Max Pam (1865-1925) naar wie de leerstoel is vernoemd, toont een man met een zware baard, een bril zonder montuur en gekleed in een 19de-eeuws pak met vest. In de verste verte lijk ik niet op hem. Wat jammer is, want hij wordt ook omschreven als ‘een filantroop en partner in het advocatenkantoor Pam & Hurd’. Misschien moet ik ze eens aanschrijven. Maar liever nog blijf ik er laconiek onder en wil ik denken zoals Goljadkin, de hoofdpersoon uit De dubbelganger: ‘Goed, er is nog een mens zoals jij – precies zoals jij, maar wat zou dat? Moet ik daarom huilen? Wat zou het, wat gaat het mij aan? Ik lach erom – en daarmee uit.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next