Gerel en haar zoon Temuulen staan voor een enorm beeld van Dzjengis Khan, de Mongoolse veroveraar. Om hen heen raast ijselijke wind, Temuulen duikt weg in zijn jas. Wat denk je als je Khan ziet, vraagt Gerel. ‘Hij heeft een boos gezicht’, antwoordt hij. Hij heeft een verweerd gezicht, verbetert Gerel. ‘En hoe krijg je een verweerd gezicht?’ Als je boos bent, antwoordt Temuulen. Nee, zegt Gerel, als je een stoere krijger bent. ‘Wij Mongolen zeggen niet: o, wat heb ik het koud. Wij deinzen nergens voor terug.’
Dat Gerel zo’n ‘echte Mongoliër’ is, wordt al duidelijk in de eerste scène van documentaire Daughter of Genghis, maandagavond uitgezonden op NPO 2 door de VPRO. ’s Avonds rijdt ze langs massagesalons in Ulaanbaatar – verkapte bordelen, vooral bezocht door Chinese mannen. Gerel vindt dat ontoelaatbaar: Mongoolse vrouwen ‘baren de toekomst’, en de toekomst is niet geholpen met vermenging van Chinees en Mongools bloed.
Over de auteur
Doortje Smithuijsen is filosoof en journalist. Voor de Volkskrant schrijft ze essays en reportages en doet ze eens in de vijf weken dienst als tv-recensent.
Vandaar dat Gerel met andere nationalistische vrouwen massagesalons binnenvalt, om daar ‘kutchinezen’ in elkaar te slaan en Mongoolse werkneemsters te vernederen. ‘Schaam je je niet?’, roept Gerel tegen de meisjes, hun gezichten afgewend van de camera. ‘Vind je het normaal om je lichaam te verkopen?’
Gerels moeder overleed op haar 6de, haar vader was grenswachter en bijna nooit thuis. Als hij er wel was, vertelde hij Gerel over de dreiging vanuit China. Gerels eigen man overleed toen hun zoontje 3 was, tijdens het werk in een mijn. Sindsdien staat haar leven in het teken van de heldere swastika – het symbool van Mongools ultranationalisme, al voordat Hitlers NSDAP het adopteerde. Gerels rug zit vol hakenkruis-tattoos. Temuulen wordt altijd als laatste van school gehaald – mama is druk met het verzet.
Gerels zoon is minder vaderlandslievend. Hij haalt onvoldoendes voor Mongools. ‘Maar je bent toch een Mongoolse jongen?’, zegt Gerel. ‘Dan spreek je toch Mongools?’ Als Temuulen tijdens een trip naar het platteland op een Mongools paard wordt gezet, moet hij meteen huilen – hij wil eraf.
Gerel laat hem zien hoe het moet. ‘Voorzichtig, mama’, zegt Temuulen nog, terwijl zij het paard bestijgt. Gerel, kordaat: ‘Ik ben Mongoolse.’ Ze galoppeert weg, raakt verdwaald, moet uiteindelijk in het pikkedonker met de auto worden opgehaald.
Als veel vrouwen zich terugtrekken uit de swastikagroep wegens huishoudelijke verplichtingen, moet Gerel om rond te komen meebouwen aan een Chinese spoorverbinding. Haar vader schudt zijn hoofd als ze hem vraagt op haar zoon te passen terwijl zij op het bouwterrein bivakkeert. Temuulen wordt geparkeerd bij een pleeggezin waar hij ’s nachts nooit kan slapen.
Daughter of Genghis vertelt een verhaal over gebrek aan verbinding en de manier waarop rechtse radicalisering daar gevoelsmatig een oplossing voor kan zijn. Over de vlucht naar voren richting eigen volk eerst, om existentiële angst te overschreeuwen. Als Gerel een waarzegger bezoekt, zegt die: ‘Ik zie alleen maar leegte. Je ligt op een lege vloer.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns