Eind 2023 hadden Nederlanders gezamenlijk 12,3 miljard euro spaargeld op rekeningen van andere Eurolanden staan. Hoewel het bedrag al jaren toeneemt, is het nog altijd maar 2 procent van het Nederlandse spaargeld, blijkt uit cijfers van de Europese Centrale Bank (ECB).
"Spaarders zijn erg trouw aan hun eigen bank", vertelt Ivo Arnold, hoogleraar Economie aan de Erasmus Universiteit in Amsterdam. "De eigen bank is vertrouwd en overstappen geeft vaak administratief gedoe."
"Prijsvechters die een hoge rente bieden zijn vaak onbekend en worden daardoor wellicht niet onmiddellijk vertrouwd. Sommige spaarders kunnen zich misschien nog het Icesave-debacle herinneren", vult Arnold aan.
De IJslandse bank ging in 2008 failliet. Duizenden Nederlanders hadden hier spaargeld gestald met rentes tot wel 5 procent. De Nederlandse overheid moest te hulp schieten bij de terugbetaling van de gedupeerden.
Toch is sparen in het buitenland over het algemeen veilig. Sinds 2010 moet de overheid van elk land in de Europese Unie garant staan voor spaargeld tot 100.000 euro per rekeninghouder.
Dit wordt het depositogarantiestelsel genoemd. Dit stelsel zorgt ervoor dat je (een deel van) je spaargeld terugkrijgt als je bank failliet gaat. Binnen de EU is afgesproken dat dit stelsel in alle landen gelijkwaardige bescherming biedt.
Spaarplatform Raisin ziet dat spaarders vooral de goede rente achterna gaan. "Ze sparen van Scandinavië tot Frankrijk, Italië en zelfs Estland", vertelt Eelco Habets van Raisin. "Wat deze (populaire) landen met elkaar gemeen hebben, is dat daar geen bronbelasting geldt."
Het kan namelijk voorkomen dat je belasting moet betalen over inkomsten, waaronder rente op spaargeld, in andere Europese landen. Je kunt de belasting terugvragen als Nederland een belastingverdrag heeft met het spaarland.
"Ondanks dat het niet ingewikkeld is, ervaart een deel van de spaarders de bronbelasting als een drempel", concludeert Habets.
Source: Nu.nl economisch